â laatste bewerking op deze pagina:
31 augustus 2026
â aanbevolen schermstand: liggend/landscape â
Onderstaande opinie werd in maart 2026 en nogmaals â geactualiseerd â in juli 2026 aangeboden aan de redactie van het verenigingsblad De Wereldfietser.
Het werd geweigerd.
Argument?
‘Van onze leden fietst 40% elektrisch of overweegt dit in de toekomst. Een standpunt dat een aanzienlijk aandeel van de leden opzij zet, zullen we niet brengen.’
Mijn reactie: ‘Over de nogal wezenlijk andere definiĂ«ring van de doelgroep van De Wereldfietser heeft het bestuur de leden nooit geraadpleegd.’
Op woensdag 15 juli 2026 werd een ingekorte variant van het artikel onder de titel Fopfietsen halen de ziel uit avontuurlijke routes gepubliceerd op de website van de Volkskrant.
Hierbij de integrale, geactualiseerde versie van het artikel voor het tijdschrift De Wereldfietser.
FopFiets
eBikes laten alle magie uit het wereldfietsen verdampen.
Allereerst omdat het geen fietsen zĂjÌn.
Maar vooral omdat fietsen inspanning kost en daarmee andere sociale verhoudingen met zich brengt.
Voor mij is het duidelijk: wanneer De Wereldfietser geen duidelijke keus maakt voor de echte fietser, zal dat de ondergang van onze vereniging betekenen.
Om maar meteen elk misverstand te vermijden: ik ben â ook als bewegingswetenschapper â niet tĂ©gen elektrische fietsen. Integendeel. Want de komst van deze tweewielers heeft ervoor gezorgd dat mensen op latere leeftijd veel meer dan voorheen eropuit gaan en dus bewegen.
Een bijkomend voordeel van de fluistermotorrijwielen is dat ze geleid hebben tot een enorme reductie van de kolereherrie van brommers in de openbare ruimte.
Evident nadeel is, dat met name jongeren zich momenteel in groten getale per eBike verplaatsen. Bewegingsarmoede is bewezen slecht voor elk lichaam, jong én oud.
Regelontwijking door techniek
Maar hier wil ik beargumenteren dat deze voertuigen helemaal geen fietsen of bikes zĂjÌn. Het zijn tweewielers die veel beter vergeleken kunnen worden met bijvoorbeeld de Solex of de Spartamet: rijwielen met motor, motorrijwielen. Net als de elektrische brommer of scooter: een elektromotor in plaats van een verbrandingsmotor, een accu in plaats van een benzinetank.
âMaar,â zult u zeggen, âje moet toch meetrappen op zoân elektrische fiets? Dat hoeft niet op een Solex of een Spartamet.â Die aantekening is juist, maar dan is het belangrijk om zich te realiseren dat de noodzaak tot meetrappen volkomen gekunsteld, geconstrueerd is. Namelijk ter regelontwijking. âRegelontwijking?â Jazeker, de rondgaande beweging van het meetrappen activeert enkel een stukje elektronica, zeg maar schakelaar, in de elektromotor. En precies dat is de sleutel tot regelontwijking. Immers, wanneer niet meegetrapt hoeft te worden, is de elektrische fiets voor de wet een snor- of bromfiets en dan zijn een rijbewijs, dus leeftijdsgrens, een helm en een relatief kostbare WA-verzekering voor een blauw of geel plaatje noodzakelijk.
âAls je meetrapt, lever je toch vermogen?â Inderdaad, en net als op een Solex of Spartamet ga je dan sneller. Maar voor de voortbeweging is vermogen leveren niet nodig; nodig is enkel pedaleren: de ronddraaiende beweging van de trapas die de motor activeert. Ook zonder enige druk op de pedalen uit te oefenen, levert de elektromotor voldoende voortbewegingsvermogen.
Even rekenen. Als je een dagtocht maakt op een doorsnee trekkingfiets, trap je op spierkracht ongeveer 100 Watt voor gemiddeld 18 km/u. Doorsnee eBikes hebben een elektromotor met een vermogen van 200 tot maximaal 250 Watt en een accu van 400 tot meestal 600 Wattuur. Om een dagtocht op de eBike te maken met een gemiddelde snelheid van eveneens 18 km/u is meetrappen dus volledig onnodig; de elektromotor zal bij 100 Watt gedurende zoân 5 uur onafgebroken alle benodigd vermogen kunnen leveren. Tot het volgende stopcontact.
Wie nog wil volhouden dat bij eBike-rijden meetrappen noodzakelijk is om voldoende vermogen te genereren, hoeft enkel te wachten op een langszoevende elektrische step. Ziet u ze wel eens meesteppen?
Slimme marketing
De âtruc met de schakelaarâ is de sleutel tot een sterk staaltje verkooppraat. Want het sexy marketingwoord trapondersteuning is misleidend. Niet het trappen wordt ondersteund; het is omgekeerd: de ronddraaiende trapas zet de elektromotor aan.

Neologisme
In het coronajaar 2020 muntte ik het begrip fopfiets. Eerst mondeling, onderweg op de Kustroute van Katwijk naar Egmond-Binnen. Het was het jaar waarin voor mijn gevoel het aantal eBikes geëxplodeerd was. Ik telde en vergeleek onderweg het aantal fietsen met het aantal⊠ja wat? Ineens, uit het niets, was daar het woord fopfietsen, geenszins om af te geven op dit nieuwe vervoermiddel of om het belachelijk te maken. Enkel om het treffend te karakteriseren.
En niet veel later schreef ik het voor het eerst op: âBij alle beschouwingen over elektrische fietsen moet men zich goed realiseren dat de aanduiding fBike een betere is dan eBike. EĂ©n letter verder in het alfabet en je hebt de clou te pakken: het is een fake Bike, een fopfiets.â
Of het door mij gemunte woord zal beklijven, moet de tijd leren. Naar aanleiding van het verkorte artikel in de Volkskrant zag ik het woord al wel opduiken in commentaren op dat artikel in de krant (zie websitepagina Opinies en Lezersbrieven bij woensdag 16 juli 2026) en op de Facebookpagina van de Wereldfietser zelf.
Uit een aantal reacties valt af te leiden dat fopfietsers zich door de gebruikte term negatief aangesproken voelen. Het zij zo. Mijn woordcreativiteit beoogt badinerend te zijn, een beetje plagerig, uitdagend. Niet meer en niet minder. En vooral: treffend.
Van uitzondering naar norm
In de zomer van 1981 fietste ik met mijn vrouw de Groene Weg â avant la lettre â van Amsterdam naar de Middellandse Zee. En terug. Navigeren deden we met gele Michelinkaarten. Sindsdien ben ik verslaafd aan monsterfietstrektochten.
In 2022 fietsten we â ik voor de derde keer â de Camino, deze keer van Leiden naar Santiago en zelfs door naar Lissabon. En ineens waren op die route óók mensen op een elektrische fiets onderweg. Sporadisch nog; eBikes waren de uitzondering, gewone fietsen de norm. We gingen zoân eBike van dichtbij bekijken omdat het âiets nieuwsâ was.
Dit jaar fietsten we van Leiden naar Nantes en vervolgens âlinksafâ naar Boedapest. Op die ruim 4.000 km waren eBikes de norm en onze trekkingfietsen de uitzondering. Ze werden niet zelden bekeken alsof het oldtimers zijn en we maakten meerdere malen mee dat ze geĂŻnspecteerd werden om te kijken waar die dekselse motor verstopt zat.
Bij mijn nieuwe Santos zal wel â net zo als bij mijn Birdy (zie rood cursiefje) â naar de Rohloff-naaf gewezen worden.
Ongemakkelijke omgang
Tot ongeveer 2020 was het duidelijk. Als jou tijdens een fietstrekking iemand op een fiets tegemoet kwam, was dat een geestverwant, iemand die ook in de ban was van de magie van het lange-afstands-fietsen-op-spierkracht. Je groette elkaar omdat je die verwantschap voelde. Omdat je onuitgesproken van elkaar wist dat âhet niet niks isâ, zoân tocht met dagelijks gemiddeld zoân 70 of 80 kilometer, klonk blijdschap door in de stemmen. Dat had ook te maken met het feit dat er relatief weinig mede-lange-afstands-fietsers waren; de fietspaden waren er voor Ăłns, niet voor brommers, scooters, motoren.
Die geestverwantschap is met fopfietsers ver te zoeken. Tegemoetkomende eBikers zitten rechtop op hun rijwiel, vaak met meer kleding aan dan jijzelf, omdat er nauwelijks warmte wordt geproduceerd. Het zadel staat meestal te laag en de houding is inefficiënt, geen vergelijk met de gekromde, krachtige fietsershouding die vermogen genereert.
En hun snelheid is onnatuurlijk. Werd je vroeger nauwelijks door achteropkomers gepasseerd, is dat nu schering en inslag. Daarnaast dat harder wordende zoemende geluid van de elektromotor wanneer ze naderen, dat weer wegzakt zodra ze voorbij zijn.
Bovendien wekt bepaald gedrag van eBikers irritatie op. Bijvoorbeeld in de situatie waarbij je als echte fietser met klein verzet een helling op gaat, dus langzaam enigszins instabiel naar boven zwoegt, en de achteropkomende eBiker driftig gaat bellen dat je ruimte moet maken. Of dat in gesprekken gepretendeerd wordt hetzelfde te doen als wij, terwijl er nauwelijks inspanning wordt geleverd. Ze fietsen niet; ze fĂłpfietsen.
En omdat ze vóór het eBike-tijdperk nauwelijks fietsten, missen ze bepaalde ervaring. We maken regelmatig kluitjes eBikers mee die midden op het pad blijven staan om te overleggen.
Een medefietser merkte fijntjes op: âJe kunt het ook altijd zien aan de persoon die erop zit: minimaal anderhalf keer het gewicht van jou of van mij.â
Bovendien hoorden we eBikers aan het einde van de dag meermaals spreken over de afgelegde afstand: âHonderddertig gisteren, vandaag zelfs honderveertig!â Nou, echte Wereldfietsers weten: âDat kan geen fietsen zijn.â
Inmiddels is er nĂłg een merkwaardig gevoel. Namelijk wanneer mede-niet-fopfietsers naar ons kijken met een blik van: âZijn jullie wel echte fietsers, of nepcollegaâs?â
Magie
Omdat eBikers op hetzelfde parcours rijden als echte fietsers, omdat inspanning niet meer nodig is én omdat ze niet of nauwelijks van echte fietsers te onderscheiden zijn, is een wezenlijk aspect van lange-afstand-fietsen om zeep geholpen: de magie.
Want iederéén kan naar Santiago fopfietsen. En op de werkelijk prachtige fietsroute langs de Donau, bijvoorbeeld op het traject Tuttlingen â Sigmaringen, vroeger relatief eenzaam, is het nu vergeven van de eBikers. Je voelt de natuur zuchtenâŠ
We hoorden meerdere mede-Wereldfietsers hun ergernis uitspreken over de motorrijwielen vermomd als fiets. Pretend bikes noemde een Angelsaksische mede-wereldfietser ze; met als Duitse tegenhanger de Bio-Bikes.
In een van de âcursiefjesâ bij dit artikel heb ik wat van die fopfietstaal opgenomen.
Nuance en dooddoener
Het is â uiteraard zou ik zeggen â niet mijn bedoeling om alle eBikers over een kam te scheren.
De vrouw van een goede vriend heeft de ziekte MS (multiple sclerose). De elektrische fiets stelt hen in staat om weer såmen op pad te gaan, zij op haar eBike, hij op een echte fiets.
Iets dergelijks geldt in andere gevallen waarbij sprake is van verschil in kracht en uithoudingsvermogen.
Maar deze nuance moet er nu ook weer niet toe leiden dat iedereen aldus een excuus heeft om zich met fopfietsen op de routes voor lange-afstand-trektochten te begeven.
Je kunt er de klok op gelijk zetten: ‘Ja, maar ik rijdt altijd in de ecostand, hele stukken zonder noemenswaardige trapondersteuning.’
Voor zover nog nodig: daar gaat dit artikel helemaal niet over. En… of de bewering klopt met de feiten? Ook in de middag? Aan het eind van de dag?
Iedereen mag zijn eigen antwoord geven maar ik geloof vooral wat ik zie en hoor.
Wat te doen?
Ik vrees dat het al te laat is maar toch wil ik hier bepleiten om eBikes wat betreft de lange fietsroutes te bestempelen als rijwielen met hulpmotor. Dan zouden ze â net als brommers, scooters en motoren â van die routes geweerd kunnen worden. De meeste fietspaden op de grote routes zijn immers niet berekend op grote stromen gebruikers. Ze zijn te smal, te bochtig, te oneffen.
Ik voorspel dat het maken van fietstrektochten op echte fietsen  gaat behoren tot de wielersport. Het zal een van de disciplines daarin worden, zoals mountainbiken of veldrijden.
Waar de fopfietser zijn actieradius berekent, vertrekt de zelftrapper gewoon.
Wereldfopfietser?
Waarom dit alles opgeschreven? Omdat ik de voorspelling aandurf dat wanneer De Wereldfietser geen duidelijke keus maakt voor de echte fietser, dit het einde van onze vereniging zal betekenen. Mij lijkt het â welbewuste? â besluit van het Bestuur om de leden niet te raadplegen omtrent de in mijn ogen vrij fundamentele keuze om fopfietsers te accomoderen voor kritiek vatbaar.
Nu er in het verenigingsblad Wereldfietser fopfietsverslagen en fopfietsadvertenties verschijnen en zodra het onvermijdelijk veel grotere aanbod aan fopfietsnieuwigheden en fopfietsgadgets besproken wordt, zullen oerfietsers zich geleidelijk aan van De Wereldfietser afkeren en nieuwe puurfietsers zullen zich niet aanmelden.
Om dezelfde reden heb ik onlangs mijn lidmaatschap van de Fietsersbond opgezegd.
Nog meer argumenten nodig? Wat zou er gebeuren als wandelaars zich met een door elektromotoren aangedreven exoskelet aanmelden voor de Vierdaagse van Nijmegen? Of als de meerderheid van de kajakkers een elektromotor achterin monteren?
Nogmaals, ik heb niets tegen eBikes noch hun berijders. Fopfietsen zijn een aanwinst maar niet voor ons Wereldfietsers. Omdat we wezenlijk anders zijn dan WereldFopFietsers. Die moeten vooral hun eigen vereniging oprichten. Met een eigen blad.
Ludo Grégoire (bewegingswetenschapper, Wereldfietser), Leiden.