Ben van Esch

– laatste wijziging op deze pagina:
21 juli 2025

Op tafel ligt de Informatiemap van Hotel California.

Gast 18: ingecheckt dinsdag 5 september ’23, 13:25u.

Maar… Ben realiseerde zich anderhalf jaar later dat hij een uiterst belangrijk aspect niet behandeld had: zijn leven met Carina.

Vanwege het belang daarvan én om de aandacht op deze toevoeging te vestigen, is de extra tekst – in wit – bovenaan geplaatst. Daaronder volgt – in zwart – de opbrengst van het interview van 9 september ’23.


Poppel, 18 juli 2023.

Amice Gérant,

Op 7 februari 2025 kwam ik er tot mijn verbazing, ja zelfs tot mijn verbijstering achter dat één belangrijk gerecht in de maaltijd van mijn leven niet vermeld is. En omdat dat niet mág ontbreken ga ik mijn verhaal nu aanvullen.

Ik heb namelijk verzuimd om Carina te vermelden, mijn lieve vrouw, de moeder van mijn kinderen.
Ik weet niet waarom en waardoor ik dat vergeten ben, misschien heb ik het mannelijk ego weer op de voorgrond geplaatst. Nu wist ik ook wel dat het ging om mij als persoon die heeft ingecheckt bij Hotel California maar ik had dit nooit kunnen schrijven indien Carina – Carientje, zoals ik haar altijd heb genoemd – niet in mijn leven was verschenen.

Hoe wij bij elkaar gekomen zijn?
Als 14-jarige puber was ik lid van het natuurbad ‘Het Bakse Ven’, in de buurt van Tilburg. Carina – altijd herkenbaar in haar Tweka badpakje – was er ook lid. Met haar lange blonde haren viel ze bij menig leeftijdsgenoot op en zeker bij mij.
Samen maakten we altijd veel lol, we waren aan het ginnegappen, we speelden met een waterpolobal, we deden de dodensprong vanaf de duikplank tot ergernis van menige badgast die daardoor kletsnat werd enzovoort.

Jaren verstreken en we verloren elkaar uit het oog. Maar via een vriend van mij wist Carina dat ik inmiddels het avondlyceum volgde om later naar de Sportacademie te kunnen gaan.
Zodoende stond zij plots onaangekondigd bij ons thuis aan de deur. Ik was er aan het werk in de zaak van mijn moeder (zie hieronder). Ze was gekomen om te vragen hoe het met me ging en zeer geïnteresseerd in de resultaten van mijn avondstudie.

Daarna verscheen ze regelmatig bij ons thuis, op theebezoek, informerend naar de voortgang van mijn studie. Haar motief om mij frequent te bezoeken was dat ze vol lof was over het feit dat ik als 19-jarige een zesdaagse werkweek combineerde met de studie terwijl ik ook nog deel uitmaakte van de Nederlandse jeugdwaterpoloploeg.

Carina was vol trots op mij toen ik het diploma haalde én dat ik werd toegelaten op de Sportacademie. Het kon niet op.

In het eerste jaar van mijn studie moest ik tijdens de zomervakantie bijverdienen en ik ging als badmeester op een openluchtbad in Tilburg vijf weken aan het werk. Jawel, op het bad kreeg ik een telefoontje en je raadt het, het was Carina die ook om vakantiewerk verlegen zat. Ze kon meteen de volgende dag bij mij op het bad komen werken. Samen ’s ochtends de poort openen en ’s avonds na het schoonmaken van het bad de poort weer sluiten.
‘Waar ga jij eten?,’ vroeg ik haar. ‘En slapen?’
Je begrijpt wel dat dit de zwangerschap is geweest van een heel lange relatie.
Eten en slapen bij mijn moeder omdat we toch ’s ochtends de poort moesten openen, duidelijk toch?

Terugkomend van twee weken verblijf in Moskou vanwege waterpolo op de Olympische studentenspelen aldaar, haalde Carina mij op van het station in Tilburg en ze vroeg mij spontaan ten huwelijk. Ze sprak de memorabele woorden: ‘Het moet onderhand afgelopen zijn om telkens maar alleen op vakantie te gaan.’

In het tweede jaar van de Sportacademie stapten wij in het huwelijksbootje. Mijn Carientje zorgde voor het inkomen als maatschappelijk werkster. Dat was in die tijd nog not done bij mijn schoonouders, immers de man moet de kost verdienen!
Carina was zo trots op mij wegens mijn vastberadenheid dat zij alle commentaar aan haar laars lapte en dit was ook een bijzonder kenmerk van haar. Zij verroerde haar vin voor niemand.

Gedurende de studie aan de ALO had ik, zoals velen, mijn ups en mijn downs en het was steeds weer Carina die mij wist te motiveren.
Nachten heeft zij wakker gelegen vanwege de mogelijkheid dat ik tijdens bijvoorbeeld ringenzwaaien eruit zou vallen of iets dergelijks. En altijd was er bij haar de spanning of stress dat iets niet zou lukken.
Carina heeft drie volle jaren voor mij gewerkt om mijn studie te kunnen betalen, onderhoud enzovoort. Wat ben ik haar dankbaar daarvoor…

Je begrijpt natuurlijk dat ik me wel heb afgevraagd of het mij ook gelukt zou zijn om de studie af kunnen ronden zonder haar medewerking en steun. Zou zo maar kunnen van niet.

Maar goed, die Van Esch met zijn diploma in zijn pocket ging daarna samen met zijn academiemaat Kees van Gemert in Utrecht de fysiotherapie-opleiding volgen.
Weer werd Carientje, inmiddels moeder van zoon Bart, beproefd. Weer die spanning van de combinatie van werken, sporten, studeren.
Ik haalde mijn diploma als fysiotherapeut en ging parttime werken als sportleraar op de Universiteit van Tilburg en als fysiotherapeut in een groepspraktijk.
Inmiddels was ook onze tweede zoon Gijs geboren.

In 1985, na zes jaar te hebben gewerkt, vond ik het wel welletjes met fysiotherapie, het gaf voor de lange termijn te weinig voldoening.
Ik besloot om een opleiding te volgen in Antwerpen voor het diploma osteopathie. Dat heeft zeven jaar in beslag genomen in combinatie met lesgeven en werken als fysiotherapeut.
Carientje heeft ondanks de spanning die deze opleiding weer veroorzaakte en de nodige tijd die ik nodig had om de opleiding tot osteopaat met goed gevolg te kunnen afsluiten, weer haar steentje bijgedragen en tegelijkertijd heeft ze altijd klaar gestaan voor ons gezin.

Na het behalen van mijn diploma osteopathie in 1992 was het nu haar beurt om alle tijd die we samen hadden, te gebruiken voor het gezin.
Inderdaad, ik herinner mij dat ik tegen Carientje zei: ‘Nu is het jouw beurt en jij vult nu en de komende jaren voor jezelf en voor ons in zoals het voor jou het beste uitkomt.’

Helaas heeft dit maar enkele maanden mogen duren. Mijn lieve vrouw en zeer zorgzame moeder van onze kinderen is in 1993 na een kortstondige ziekte (acute lymfatische leukemie, ALL) overleden.

Woorden schieten tekort om mijn onmetelijke dankbaarheid aan haar te uiten.

Ben

Interview van 9 september ’23:

Gérant: Tijdens je bezoek gaf je aan, dat je er de voorkeur aan geeft om een interview met mij te houden in plaats van de lijst met vragen in te vullen. Uiteraard laat de formule van Hotel California een dergelijke variant toe. En dus hebben we op zaterdagochtend 9 september ’23 een video-interview gehouden. Hierbij de schriftelijke uitwerking.

Titel: ‘Die Van Esch, die kan zeveren…’ (citaat: Ben van Esch)

Gérant: Hoe heet je en wie ben je?
Ben: Ik heet Ben, maar ze noemen me vaak Bartje. Bartje is goedgelovig, heeft meestal goeie zin, hij is een prater, een kletser over allerlei zaken. Ben is een open persoon, kan geen geheimen bewaren, flapt er altijd alles uit. Altijd zo geweest. Eerst kijken, houd u nou maar gedeisd, stil.
Als kind keek ik eerst altijd de kat uit de boom. Wat voor vlees heb ik in de kuip met die ander? Ik wilde mijn handen er niet aan branden, dus aftasten, wie is de ander? Ik ga niet als een dolle stier door de porseleinkast waarbij ik mezelf kan beschadigen. En dat doe ik eigenlijk nog steeds zo.

Ik kom niet uit een hecht gezin. M’n vader was vaak weg, hij zat in de horeca. Ieder gezinslid leefde voor zichzelf. Ik had vier broers waaronder mijn tweelingbroer. En een zus, dat was de oudste. Daar had ik heel goed contact mee.
We hebben eigenlijk voor onszelf moeten zorgen. Ik was tien jaar toen mijn vader verongelukte. Mijn moeder bleef achter op 43-jarige leeftijd, met zes kinderen; de oudste was 19 en de jongste één jaar en vier dagen. Weduwen- en wezenpensioen bestond nog niet en mijn vader had geen levensverzekering. Om voor ons te kunnen zorgen is mijn moeder drie maanden na de dood van mijn vader een verhuurbedrijf in gelegenheidskleding begonnen, jackets en smokings, voor op bruiloften en begrafenissen. En dat liep als een trein, geweldig.
Mijn band met mijn moeder was heel goed, heel close. Ja, heel close. Moederskindje… tja. Ze was heel lief en uitgesproken zorgzaam, álles voor je kinderen. Ze heeft d’r eigen het schompes gewerkt. Wij waren allemaal heel trots op moeder dat dat verhuurbedrijf zo’n succes was. En dat ze daarmee het gezin goed kon onderhouden. De keerzijde van het feit dat moeder zoveel tijd aan de zaak spendeerde: dat de opvoeding van en de aandacht voor ons daaronder leed.
Toen ik 15 jaar was, ben ik bij mijn moeder in de zaak gaan werken. Zonder enig diploma.

Toen ik 18 was realiseerde ik mij: ‘Dit kan ik niet zo blijven doen, ik wil iets anders gaan doen dan jackets verhuren.’ Toen ben ik naar de avondschool gegaan, het lyceum. En omdat ik Atheneum-3 gehaald had, kon ik een staatsexamen Havo doen. En met dat Havo-diploma kon ik toelatingsexamen voor de Sportacademie doen. En ik werd aangenomen.
Mijn moeder vond het jammer dat ik uit de zaak ben gegaan, want ik was een goeie. Ik kon zelfs verstellen en broeken langer of korter maken. Gelukkig heeft toen mijn tweelingbroer het stokje in de zaak van mij overgenomen.
Mijn moeder is in 2010 overleden, op 94-jarige leeftijd. Toen wel fors gedementeerd, een bergafwaarts proces dat zo’n tien jaar geduurd heeft.

Gérant: Wat is je passie en wat vertelt die passie over jou?
Ben: Mijn specifieke passie is zwemmen. Dat kwam omdat ik als manneke regelmatig erge last had van bronchitis. De huisarts kwam en zei: ‘Je moet eigenlijk gaan zwemmen, ga naar het zwembad.’ Maar ja, dat kostte geld en dat was schaars in het gezin. Toch zei ma: ‘Ja, dat doen we toch maar, het is goed.’
Op mijn negende, tiende, ben ik frequenter gaan zwemmen enne… ja, ik had een trots. Ik keek destijds tegen iedereen op, had het gevoel: ‘Ik kan niks.’ En met dat zwemmen kon ik bewijzen: ‘Ik kan iets!’ Van de 36 kinderen in de vijfde klas van de lagere school kon er ééntje zwemmen, dat was ik. Ik mocht dus bij het schoolzwemmen als enige in het diepe bad en die 35 andere kinderen moesten op de kant en kregen allemaal les. Ik voelde me zo trots, zo trots: ‘Kijk, dat kan ik!’

Ik heb altijd het gevoel gehad dat het leven een ontdekkingstocht is, je bent een beetje een ontdekkingsreiziger in je eigen leven. Ik wilde alle lakentjes oplichten: wat is dit, wat is dat, wat biedt dat leven? Ik ben van alles gaan proeven. Wat lijkt mij leuk? Wat vind ik leuk? En ik constateer: ‘Ik vind alles leuk: bloemen, oude klokken restaureren, met hun mechanieken. Maar ook de cultuur die in klokken schuilt overdragen, de passie van anderen doorgeven.’

Op mijn 16e werd ik Brabants kampioen op vier afstanden zwemmen, borstcrawl en schoolslag. Dat was eigenlijk de basis voor het kunnen beoefenen van waterpolo. Een goede schoolslagbeenslag om omhoog te blijven en met borstcrawl snel door het water.
En in de zwemvereniging ontdekte ik dat ik het spelletje waterpolo erg leuk vond om te doen, beetje jongleren met die bal, backhand, draaiballen, boogballen. Een ludiek spel, met veel verrassing, je tegenspelers op het verkeerde been zetten. Leuk! En door het spel leerde ik de ander kennen. Je leerde spelenderwijs de sociale aspecten van de mens kennen. Eerst onbewust, later bewust.
Bij succes, de vreugde van het winnen delen. En bij verlies: samen de teleurstelling verwerken.
De verenigingstrainer introduceerde mij bij de trainer van het Nederlands jeugdteam waterpolo en ik mocht meteen meedoen. Later werd ik van het nationaal team zelfs aanvoerder. Dat gaf ook weer dat voor mij belangrijke gevoel van trots.Door de trainingen die ik kreeg, ontwikkelde zich bij mij het gevoel: ‘Ik wil lesgeven. Ik wil dat wat ík kan, overdragen aan een ander.’ Mijn oudste broer had Sportacademie gedaan en ik keek wel eens in zijn boeken. ‘Dat wil ik ook, naar de Sportacademie.’ En dus ging ik naar het avondlyceum om het vereiste diploma te halen.
De vier jaar op de Sportacademie waren enorm vormend.

Vissen met klassendocent Martien Bonekamp in Renesse, 19 en 20 juni 1974

Je leert onder en met elkaar hoe de anderen denken. Je leert van mensen positieve zaken eruit te halen.
Daarom vond ik het ook leuk om voor de klas te staan. Ik heb 17 jaar lang les gegeven. Maar dat was op de Katholieke Universiteit Brabant, dus heel anders dan voor een klas kinderen. Het was volwassenenonderwijs. Ook daar leerde je de mens kennen. Elke dag was weer anders…

Diplomering KALO, 10 juni 1975

Direct aansluitend aan de Sportacademie besloot ik samen met Kees van Gemert de opleiding Fysiotherapie gaan doen. Geïnspireerd door onze anatomiedocent Visser, die ons liet zien hoe je afwijkingen in het bewegingsapparaat kon vaststellen, scoliose bijvoorbeeld. En diezelfde oudste broer had ook fysiotherapie gedaan en zijn boeken wakkerden mijn enthousiasme aan.

Nadat ik het diploma behaald had, ben ik halve dagen gaan werken als fysiotherapeut en de rest als sportleraar.
Na een jaar of vijf kwam ik erachter dat de klassieke fysiotherapie mij niet voldoende voldoening gaf. Ik zag te weinig in masseren, elektriseren. Het was niet wetenschappelijk, het was god-zegene-de-greep, trial and error. Mijn oudste broer adviseerde mij om osteopathie te gaan doen. En met dat advies ben ik aan de slag gegaan. Een opleiding van zeven jaar in Antwerpen tot osteopaat.
Ik ben nog steeds blij dat ik dat gedaan heb, tot op de dag van vandaag. Een prachtig vak.

Ik heb het lesgeven op de universiteit vaarwel gezegd, ik dacht in 1995, en ben full time als osteopaat gaan werken. Tot vorig jaar december. Ik was toen 73.
Eigenlijk mis ik mijn werk wel een beetje, iets kunnen betekenen voor een ander, de gesprekken, dat ik nog een functie heb. Dat verschil met werken overvalt me toch, ik mis het. Ik vlucht momenteel toch in andere zaken, misschien in het restaureren van klokken, in de tuin. Misschien moet ik een tijdje uitrusten. Dat gun ik mezelf ook, maar ik ga niet bij de pakken neerzitten.

Gérant: Welke droom zou je nog graag realiseren?
Ben: Ik droom nog elke dag. Misschien met planten en bloemen bezig zijn, met klokken. Nadenken over welke facetten het leven mij nog kan bieden.
Zo heb ik ook nog het idee om te gaan zwemmen van Dover naar Calais met die zes zwemmakkers van mij. Een estafette.
Straks heb ik weer gitaarles. Nou word ik absoluut geen virtuoos maar ik wil wel leuke dingen spelen, met die vriend van mij, baroknummers die wel 400 jaar oud zijn, da vin ik mooi, da boeit mij.

Gérant: Wat vertrouw je de aanwezigen in het Hotel – de gérant en de eerdere gasten – ’s avonds bij de open haard toe?
Ben: Ik vertelde eerder al, dat ik eerst even de kat uit de boom wil kijken. Voordat ik aan het gesprek deelneem, omdat ik mijn vingers niet wil branden.
Ik zou het dan willen hebben over het feit dat mensen heden te dage zo vaak als winnaar uit een gesprek willen komen, dat vind ik eigenlijk jammer. Ik wil het liefste in een gesprek niet competitief zijn, gewoon eerlijk. Wel assertief zijn, maar daarbij een ander niet beschadigen.

Gérant: Waar ken je Hoteleigenaar Ludo van?
Ben: Van vier jaar Sportacademie, in dezelfde b-klas. Een prachtige tijd.

Gérant: Welke vijf sleutelwoorden zijn volgens jou kenmerkend voor Ludo?
Ben: Gepassioneerd. Doortastend, vastberaden. Bourgondiër. Perfectionist. IJdel, niet in de zin van het uiterlijk maar wat betreft de inhoud, alleen het beste is goed genoeg.

Gérant: Welke zin uit Hotel California past het beste bij jou en wat zegt die zin over jou?
Ben: Dat is de zin: ‘We are all just prisoners here of our own device.’ Je ontkomt je lot nóóit.

Gérant: Wat doet dat: wel kunnen uitchecken maar niet kunnen vertrekken?
Ben: Dat vind ik eigenlijk heel leuk, heel leuk. Ja, mijn bijdrage is niet meer weg te poetsen dan.

Gérant: De laatst uitgecheckte gast – Frans Jansen – stelde jou de niet alledaagse vraag: ‘Hoe is jouw zienswijze op de toekomst, gegeven het feit dat we de aarde aan het uitputten zijn?’
Ben: Volgens mij is er geen ontkomen aan dat we de aarde naar de bliksem helpen met ons gedrag. We weten allemaal dat we totaal verkeerd bezig zijn en toch gaan we ermee door.

Gérant: Welke, niet alledaagse, vraag wil jij aan de volgende hotelgast stellen?
Ben: Wat bezielt je om op de vraag van de gérant in te gaan? Wat bezielt jou om aan Hotel California deel te nemen? Wat is jouw motivatie daarvoor?

Gérant: Elke gast mag media en hyperlinks achterlaten in het Hotel. Welke kies jij?
Ben: Ludo heeft toch foto’s van mij? Ook van de Sportacademie? Kies zelf maar daaruit, heel graag.
Gérant: Ben, dat komt goed met die foto’s. Ik heb de twee hierboven uitgekozen.

Ben zelf koos een YouTube-link naar een prachtig gitaarstuk; dat klassiek stuk zegt iets over zijn passie.

Ludo en Ben, restaurant Het Pakhuis, dinsdag 5 september 2023

Ben van Esch: uitgecheckt dinsdag 19 september ’23, 16:27u.

Contact