â laatste bewerking op deze pagina:
14 augustus 2025
â aanbevolen schermstand: liggend/landscape â
In september 1972 ontdekte ik mijn liefde voor de bergen. De KALO in Tilburg bood ‘keuzekampen’: zeilkamp in Friesland, paardrijkamp ergens in Brabant, huttentocht in Garmisch-Partenkirchen. Later ook een kletterkamp. Ik koos elk jaar voor de bergen en van die keuze heb ik al mijn hele leven plezier.
Zodra ze daar de leeftijd voor hadden namen Pia en ik Thomas (toen 6) en Simon (nog net geen 5) mee de bergen in. Hun eerste huttentocht (1992) was in het Nationaal Park Les Ecrins, met de Glacier Blanc en de Glacier Noir.
Bijzonder
We liepen de route omhoog naar de hut bij de Glacier Blanc. Veel dalers waren gecharmeerd van dat kleine ventje op kleurige bergschoentjes, een minirugzak en een stekeltjeskapsel. En dat lieten ze met uitroepen ook blijken. Simon werd in het passeren meermaals over zijn bol geaaid.
Op een gegeven moment vroeg Simon aan mij: ‘Ludo, waarom denken die mensen dat ik het goed vind dat ze mij aanraken?’Â
Vrijwel elke volgende zomervakantie maakten we een huttentocht van iets meer dan een week in het hooggebergte: Stubaitaler Alpen (1993 en 1994), Ătztaler Alpen (1996), Lechtaler Alpen (1997), Hoge Tatra (1998).
In de zomervakantie van 1999 maakten wij een huttentocht in de Zillertaler Alpen. Tijdens die week zei Pia dat ze last had van haar ingewanden. In het ziekenhuis bleek: foute boel. Ze wilden haar daar houden voor nader onderzoek. Wij wilden direct naar huis. En dat deden we, na een verklaring te hebben getekend ‘op eigen verantwoordelijkheid’. In het MCA werd bevestigd: foute boel. Diagnose: naar de lever uitgezaaide dikkedarmkanker. Een korte maar heftige lijdensweg volgde. En op zondag 25 juni 2000, ’s middags om twee uur, is Pia in mijn armen overleden.
Onze liefde voor de bergen is gebleven. Bijna elke zomer maakten we een huttentocht, enkele keren samen met het gezin Varga. Dierbare herinneringen.
In 2004 gingen we met zijn drieën terug naar Stubai in Oostenrijk:

In 2006 liep ik alleen met Bram op toptempo een paar trajecten van de Stubaier Höhenweg. Daarmee zijn de volgende hilarische foto’s verbonden:
In 2007 wilden we met het gezin + aanhang (Noortje, Rosa en Helma) in de Lechtaler Alpen een huttentocht maken. Start in Mayrhofen, eerste doel: MuttekopfhĂŒtte. Dat ging prima. Maar de tweede dag werd er te langzaam gelopen. Op de Bittrichscharte besloot ik om te keren, we gingen de HanauerhĂŒtte niet halen.
Bij de afdaling naar de MuttekopfhĂŒtte viel Helma en brak haar enkel. Afgevoerd naar het ziekenhuis per helikopter. Einde huttentocht.

In de zomer van 2009 liepen Thomas, Simon en ik de Tauern Höhenweg. Prachtig.

In 2011 maakte ik een huttentocht met Bram, Hennie, Marjan en Nick in het gebied van RĂ€tikon.Â
In 2013 beklom ik samen met Jak en een aantal Turkse jongelui opnieuw de Kaçkar en daarna nog de Karçal in Turkije.
Met Marijke wilde ik die traditie van een jaarlijkse huttentocht graag voortzetten. En Marijke wilde ook graag zo’n nieuwe activiteit ondernemen. In september 2014 begonnen we aan de Berliner Höhenweg. Marijke ging probleemloos over de eerste Scharten.
Maar… het ging mis. Marijke bleek een zodanige hoogtevrees te hebben, dat ze op een gegeven moment niet meer voor Ă©n niet meer achteruit durfde. Dus… einde oefening. Geen huttentochten meer, althans niet van het niveau Berliner Höhenweg.
Er bleken meer dan genoeg alternatieven te zijn. – Hoge Venen driedaagse; – Madagaskar, bergtocht; – La Palma, Ruta de los Volcanes; – Gran Canaria, meerdaagse.
De meeste bergtrektochten heb ik gemaakt met de BergBokken: – Evert Barendrecht, – Jak den Exter, – Bram Varga, – Henk ter Haar, – Jan Gijlers en – Ludo GrĂ©goire. Die jaarlijkse traditie, de BergWeek, startte in 1986. Medioling Treve maakte een voortreffelijk overzicht van alle tochten t/m 2019.
In 2023 gingen we weer op pad, in gewijzigde samenstelling: Evert, Jan, Walter Zuidhoek, Ludo. De Azoren stonden op ons bergmenu. Die bestemming is zo goed bevallen dat Marijke en ik plannen om er ook voor een paar weken te gaan lopen.
Met de BergBokken zijn talloze anekdotes verbonden.
Afstandsbediening
Aan het einde van onze BergWeek in de Ătztaler Alpen (september 1987) gingen we eten in zo’n typisch Oostenrijkse Gaststube in Vent: beetje donker, massief houten meubilair, koeienbellen aan het plafond, schuifluik naar de keuken, grote potten bier op tafel. In een donker hoekje zat een oude man wat te dommelen. We waren de enige zes gasten.
De potten bier raakten gauw leeg, maar vanuit de keuken kwam almaar niemand om onze bestelling op te nemen. En we wilden langzamerhand ook wel wat eten. Op de wand boven onze tafel bevond zich een ronde drukknop, een soort deurbel met op een geĂ«mailleerd plaatje KĂŒche. Ah, logisch. Wij drukten op de bel, maar hoorden niets. Wel stond de oude man – welhaast krakend – op en ging via de deur naast het keukenluik naar achteren.
Spoorslags arriveerde de bediening. En zo ging het bij de opvolgende bestellingen ook: het belletje was verbonden met de oude man. Hilarisch.
Iconisch
Op een van onze andere bergtochten was de buiten- en binnentemperatuur zodanig gestegen dat het tijd was om onze afritsbroeken van lang in kort te transformeren.
Bram: âJan, waar laat jij je pijpen?â
Jan, wat aarzelend verbaasd: âIn mân rugzak.âÂ
Wegsnaaien
Tijdens onze tocht van september 1991 in de Venedigergruppe (Oostenrijk) zouden we – na een behoorlijke dagtocht – in de Alte Prager HĂŒtte overnachten. Maar toen we daar aankwamen, bleek de hut vol te zijn, geen plek. ‘Gehen sie bitte eine HĂŒtte höher, zu der Neue Prager HĂŒtte. Dort gibt es noch Platz.’ Zo gezegd, zo gedaan. Maar dat was zeker nog een uur klimmen. Voor met name Jan was dit wel een beetje veel van het goede. Ik liep achter hem, om het een beetje in de gaten te houden. Bij de Neue Prager HĂŒtte aangekomen stekkerde Jan als een zombie de toegangsdeur tot de hut voorbij en wankelde hij het buitenterras – inmiddels in de schemering – op. Gelukkig kon ik hem de warmte van de hut binnenleiden. We kregen nog net te eten. Stamppot met worst. Jan kreeg van vermoeidheid nauwelijks een hap door zijn keel. Jak, die naast Jan zat, hield met argusogen het bord van Jan in de gaten. ‘Jan, eet je die worst niet meer?’ ‘Nee, geen honger.’
En weg was de worst, hap-slik-Jak.
Oversneeuwd
De tocht die Jak voor ons in september 1996 organiseerde naar Turkije met als hoogtepunt de top van de Kaçkar (3.937m) was memorabel. Aan de voet van de Kaçkar waren een paar vlakke stukjes waar we â nadat we flink wat keien geruimd hadden â de drie tweepersoons tentjes konden opzetten. Na de beklimming van de Kaçkar was iedereen behoorlijk ‘af’. We aten geconserveerde rode kool stamppot met rookworst. Daarna – bij de het vallen van de duisternis – slapen; Jan en ik deelden een tent.
’s Ochtends leek het wel alsof er iemand schuin over de tent was gaan liggen: de binnenruimte van de tent was gehalveerd, het tentdoek lag over ons heen. Toen we de tent openmaakten, bleek er zo ongeveer een halve meter sneeuw gevallen te zijn die voluit over onze tent lag. Prachtig, dat zeker.
Metgezel
Onze BergWeek in Marokko (november 2004) had als hoogtepunt de beklimming van de Toubkal (4.167m). Met gids en stijgijzers. En… een hond. Die hond had zich al vanaf Imlil, het laatste dorpje vóór de start van de eigenlijke route naar de Toubkal, bij ons clubje aangesloten.
Na een dagtocht aangekomen bij de berghut aan de voet van de Toubkal kreeg de hond, die kennelijk op bekend terrein was en als zodanig ook geaccepteerd door de huttenbaas, te eten en werd buiten in een hok gestopt.
Toen wij ’s ochtends om half vier vertrokken voor de topbeklimming, sprong de hond al rond onze benen.
En zonder enig probleem volgde de hond in ons spoor en soms zelfs voor ons uit de route naar de top. Op plaatsen waar wij kniediep in de losse sneeuw zakten, ploeterde ook de hond zich er met zijn borst doorheen.
Prachtig.

Het moet gezegd: bergtrektochten zijn geweldig maar ‘gewoon’ meerdaags wandelen is ook fantastisch.
Zo heb ik ontelbaar vaak de 3-daagse driehoek Eupen-Monschau-Baraque Michel gelopen, de Hoge Venen, in alle weersomstandigheden, in splendid solitude, met allerlei – altijd leuke – vrienden en vriendinnen. Vooral met Mathieu.
De beste herinneringen heb ik aan de drie tochten op sneeuwschoenen dwars over het bevroren veen.
Ik kan de route ‘met ogen dicht’ lopen.
Mijn as mag op de Hoge Venen uitgestrooid worden…
Net op tijd
In september 2024 beleefde ik tijdens een Hoge Venentocht met Charles en Herm een ultiem geluksmomentje. Op de tweede loopdag vertrokken we vanuit Monschau. Maar eerst ontbijten bij bakkerij Oebel op de Markt. Vlak voor vertrek nog even naar het toilet. Ik sta op het punt om met mijn blote billen op de wc-bril te gaan zitten als ik toevallig tussen mijn benen door een grote wesp zie zitten, precies op de plaats waar mijn rechterbil zou landen.
Oeps, GELUK met hoofdletters.
We liepen jarenlang een driedaags PinksterPieterPad met het gezin Zuidhoek-Borst en het gezin Geelen-Weeterings.
Met Marlies liep ik in 2008 het Lingepad.
In de jaren 2019, 2021 en 2022 liepen Marijke en ik in 5 edities het Drentepad (1), (2 en 3). AanraderKwadraat.
In november 2022 liepen we ook nog de Krijtlandroute. Prachtig, om te herhalen.
Begin juli 2023 waren we terug in Limburg. Voor de Dutch Mountain Trail. Top! Het is een werkelijk heerlijke lange-afstands-wandeling (100 kilometer) over de mooiste paden van het Zuid-Limburgse landschap. Ik schreef er een Lezersbrief over in De Limburger:
Terugblikvideo Dutch Mountain Trail:
Walking… way of life.