🏨 Hotel California 🏩

– laatste bewerking op deze pagina: 31 december 2023.

De generatie van de babyboom (1946-1956) is ermee opgegroeid: de onvergetelijke evergreen Hotel California van de Eagles.
De betekenissen van en de associaties bij de tekst nemen nog steeds toe. En dat mag bij kunst.

Mijzelf blijven de laatste twee regels fascineren:

You can check-out any time you like
But you can never leave

In deze sectie van mijn website wil ik – virtuele Hoteleigenaar – mensen die ik aardig en interessant vind, uitnodigen om in te checken voor een denkbeeldig verblijf in Hotel California.

 

Hieronder de informatiefolder van het Hotel.


Welkom !

Alle dertig kamers – waarvan enkele meerpersoons – van Hotel California kijken uit op de ziel.
Bij de incheck ontvangt de gast van de gérant een welkomstattentie namens de eigenaar: biertjes uit de BierBar, een bos bloemen, een flesje wijn; al naar gelang de situatie en de voorkeur. De incheck wordt met een foto bezegeld.
De gérant legt de gast een invulmail met tien vragen voor, die uitnodigen tot creatieve bezinning en productie. Ze beogen een inkijkje in de ziel te verschaffen. 

  • Hoe heet je en wie ben je?
  • Wat is je passie en wat vertelt die passie over jou?
  • Welke droom zou je nog graag realiseren?
  • Wat vertrouw je de aanwezigen in het Hotel – de gérant en de eerdere gasten – ’s avonds bij de open haard toe?
  • Waar ken je Hoteleigenaar Ludo van?
  • Welke vijf sleutelwoorden zijn volgens jou kenmerkend voor Ludo?
  • Welke zin uit ‘Hotel California’ past het beste bij jou en wat zegt die zin over jou?
  • Wat doet dat: wel kunnen uitchecken maar niet kunnen vertrekken?
  • De laatst uitgecheckte gast stelde jou een niet alledaagse vraag; wat is daarop je antwoord?
  • Welke, niet alledaagse, vraag wil je aan de volgende hotelgast stellen?

Elke gast mag maximaal drie media (foto, video, audio, tekst) én maximaal drie hyperlinks achterlaten in het Hotel. De antwoorden op de vragen en de achtergelaten media krijgen verblijf in Hotel California.

De gast kan daarna uitchecken maar nooit meer echt vertrekken. Diens creatie en daarmee de gast blijven voor altijd in het Hotel.
Dat geeft de mogelijkheid om later nog te sleutelen aan de zielenroerselen. Eerdere gasten kunnen altijd nog vragen stellen aan latere gasten. Zolang het Hotel nog kamers heeft kunnen nieuwe gasten inchecken. Tussen inchecken en het aanleveren van persoonlijke informatie zit precies de hoeveelheid tijd die de betreffende gast nodig heeft.
Uiteindelijk zullen zo’n 35 gasten virtueel in het Hotel verblijven.

Nogmaals: WELKOM !


Gast 18: ingecheckt dinsdag 5 september ’23, 13:25u:

Ben van Esch

Gérant: ‘Een mijlpaal: KALO-vriend, na 52 jaar in Leiden. Top!’

We liepen de Singelparkwandeling en dineerden bij het Pakhuis.
Het was memorabel.
De gérant verzorgde voor Ben een passende welkomstattentie: 3x La Trappe (de Koningshoeve, Tilburg) met La Trappe glas.

Gérant: Tijdens je bezoek gaf je aan, dat je er de voorkeur aan geeft om een interview met mij te houden in plaats van de lijst met vragen in te vullen. Uiteraard laat de formule van Hotel California een dergelijke variant toe. En dus hebben we op zaterdagochtend 9 september ’23 een video-interview gehouden. Hierbij de schriftelijke uitwerking.

Titel: ‘Die Van Esch, die kan zeveren…’ (citaat: Ben van Esch)

Gérant: Hoe heet je en wie ben je?
Ben: Ik heet Ben, maar ze noemen me vaak Bartje. Bartje is goedgelovig, heeft meestal goeie zin, hij is een prater, een kletser over allerlei zaken. Ben is een open persoon, kan geen geheimen bewaren, flapt er altijd alles uit. Altijd zo geweest. Eerst kijken, houd u nou maar gedeisd, stil.
Als kind keek ik eerst altijd de kat uit de boom. Wat voor vlees heb ik in de kuip met die ander? Ik wilde mijn handen er niet aan branden, dus aftasten, wie is de ander? Ik ga niet als een dolle stier door de porseleinkast waarbij ik mezelf kan beschadigen. En dat doe ik eigenlijk nog steeds zo.

Ik kom niet uit een hecht gezin. M’n vader was vaak weg, hij zat in de horeca. Ieder gezinslid leefde voor zichzelf. Ik had vier broers waaronder mijn tweelingbroer. En een zus, dat was de oudste. Daar had ik heel goed contact mee.
We hebben eigenlijk voor onszelf moeten zorgen. Ik was tien jaar toen mijn vader verongelukte. Mijn moeder bleef achter op 43-jarige leeftijd, met zes kinderen; de oudste was 19 en de jongste één jaar en vier dagen. Weduwen- en wezenpensioen bestond nog niet en mijn vader had geen levensverzekering. Om voor ons te kunnen zorgen is mijn moeder drie maanden na de dood van mijn vader een verhuurbedrijf in gelegenheidskleding begonnen, jackets en smokings, voor op bruiloften en begrafenissen. En dat liep als een trein, geweldig.
Mijn band met mijn moeder was heel goed, heel close. Ja, heel close. Moederskindje… tja. Ze was heel lief en uitgesproken zorgzaam, álles voor je kinderen. Ze heeft d’r eigen het schompes gewerkt. Wij waren allemaal heel trots op moeder dat dat verhuurbedrijf zo’n succes was. En dat ze daarmee het gezin goed kon onderhouden. De keerzijde van het feit dat moeder zoveel tijd aan de zaak spendeerde: dat de opvoeding van en de aandacht voor ons daaronder leed.
Toen ik 15 jaar was, ben ik bij mijn moeder in de zaak gaan werken. Zonder enig diploma.

Toen ik 18 was realiseerde ik mij: ‘Dit kan ik niet zo blijven doen, ik wil iets anders gaan doen dan jackets verhuren.’ Toen ben ik naar de avondschool gegaan, het lyceum. En omdat ik Atheneum-3 gehaald had, kon ik een staatsexamen Havo doen. En met dat Havo-diploma kon ik toelatingsexamen voor de Sportacademie doen. En ik werd aangenomen.
Mijn moeder vond het jammer dat ik uit de zaak ben gegaan, want ik was een goeie. Ik kon zelfs verstellen en broeken langer of korter maken. Gelukkig heeft toen mijn tweelingbroer het stokje in de zaak van mij overgenomen.
Mijn moeder is in 2010 overleden, op 94-jarige leeftijd. Toen wel fors gedementeerd, een bergafwaarts proces dat zo’n tien jaar geduurd heeft.

Gérant: Wat is je passie en wat vertelt die passie over jou?
Ben: Mijn specifieke passie is zwemmen. Dat kwam omdat ik als manneke regelmatig erge last had van bronchitis. De huisarts kwam en zei: ‘Je moet eigenlijk gaan zwemmen, ga naar het zwembad.’ Maar ja, dat kostte geld en dat was schaars in het gezin. Toch zei ma: ‘Ja, dat doen we toch maar, het is goed.’
Op mijn negende, tiende, ben ik frequenter gaan zwemmen enne… ja, ik had een trots. Ik keek destijds tegen iedereen op, had het gevoel: ‘Ik kan niks.’ En met dat zwemmen kon ik bewijzen: ‘Ik kan zwemmen.’ Van de 36 kinderen in de vijfde klas van de lagere school kon er ééntje zwemmen, dat was ik. Ik mocht dus bij het schoolzwemmen als enige in het diepe bad en die 35 andere kinderen moesten op de kant en kregen allemaal les. Ik voelde me zo trots, zo trots: ‘Kijk, dat kan ik!’

Ik heb altijd het gevoel gehad dat het leven een ontdekkingstocht is, je bent een beetje een ontdekkingsreiziger in je eigen leven. Ik wilde alle lakentjes oplichten: wat is dit, wat is dat, wat biedt dat leven? Ik ben van alles gaan proeven. Wat lijkt mij leuk? Wat vind ik leuk? En ik constateer: ‘Ik vind alles leuk: bloemen, oude klokken restaureren, met hun mechanieken. Maar ook de cultuur die in klokken schuilt overdragen, de passie van anderen doorgeven.’

Op mijn 16e werd ik Brabants kampioen op vier afstanden zwemmen, borstcrawl en schoolslag. Dat was eigenlijk de basis voor het kunnen beoefenen van waterpolo. Een goede schoolslagbeenslag om omhoog te blijven en met borstcrawl snel door het water.
En in de zwemvereniging ontdekte ik dat ik het spelletje waterpolo erg leuk vond om te doen, beetje jongleren met die bal, backhand, draaiballen, boogballen. Een ludiek spel, met veel verrassing, je tegenspelers op het verkeerde been zetten. Leuk! En door het spel leerde ik de ander kennen. Je leerde spelenderwijs de sociale aspecten van de mens kennen. Eerst onbewust, later bewust.
Bij succes, de vreugde van het winnen delen. En bij verlies: samen de teleurstelling verwerken.
De verenigingstrainer introduceerde mij bij de trainer van het Nederlands jeugdteam waterpolo en ik mocht meteen meedoen. Later werd ik van het nationaal team zelfs aanvoerder. Dat gaf ook weer dat voor mij belangrijke gevoel van trots.

Door de trainingen die ik kreeg, ontwikkelde zich bij mij het gevoel: ‘Ik wil lesgeven. Ik wil dat wat ík kan, overdragen aan een ander.’ Mijn oudste broer had Sportacademie gedaan en ik keek wel eens in zijn boeken. ‘Dat wil ik ook, naar de Sportacademie.’ En dus ging ik naar het avondlyceum om het vereiste diploma te halen.
De vier jaar op de Sportacademie waren enorm vormend.

Foto: 19 en 20 juni 1974: vissen met klassendocent Martien Bonekamp in Renesse.

Je leert onder en met elkaar hoe de anderen denken. Je leert van mensen positieve zaken eruit te halen.
Daarom vond ik het ook leuk om voor de klas te staan. Ik heb 17 jaar lang les gegeven. Maar dat was op de Katholieke Universiteit Brabant, dus heel anders dan voor een klas kinderen. Het was volwassenenonderwijs. Ook daar leerde je de mens kennen. Elke dag was weer anders…Foto: diplomering KALO, 10 juni 1985.

Direct aansluitend aan de Sportacademie besloot ik samen met Kees van Gemert de opleiding Fysiotherapie gaan doen. Geïnspireerd door onze anatomiedocent Visser, die ons liet zien hoe je afwijkingen in het bewegingsapparaat kon vaststellen, scoliose bijvoorbeeld. En diezelfde oudste broer had ook fysiotherapie gedaan en zijn boeken wakkerden mijn enthousiasme aan.

Nadat ik het diploma behaald had, ben ik halve dagen gaan werken als fysiotherapeut en de rest als sportleraar.
Na een jaar of vijf kwam ik erachter dat de klassieke fysiotherapie mij niet voldoende voldoening gaf. Ik zag te weinig in masseren, elektriseren. Het was niet wetenschappelijk, het was god-zegene-de-greep, trial and error. Mijn oudste broer adviseerde mij om osteopathie te gaan doen. En met dat advies ben ik aan de slag gegaan. Een opleiding van zeven jaar in Antwerpen tot osteopaat.
Ik ben nog steeds blij dat ik dat gedaan heb, tot op de dag van vandaag. Een prachtig vak.

Ik heb het lesgeven op de universiteit vaarwel gezegd, ik dacht in 1995, en ben full time als osteopaat gaan werken. Tot vorig jaar december. Ik was toen 73.
Eigenlijk mis ik mijn werk wel een beetje, iets kunnen betekenen voor een ander, de gesprekken, dat ik nog een functie heb. Dat verschil met werken overvalt me toch, ik mis het. Ik vlucht momenteel toch in andere zaken, misschien in het restaureren van klokken, in de tuin. Misschien moet ik een tijdje uitrusten. Dat gun ik mezelf ook, maar ik ga niet bij de pakken neerzitten.

Gérant: Welke droom zou je nog graag realiseren?
Ben: Ik droom nog elke dag. Misschien met planten en bloemen bezig zijn, met klokken. Nadenken over welke facetten het leven mij nog kan bieden.
Zo heb ik ook nog het idee om te gaan zwemmen van Dover naar Calais met die zes zwemmakkers van mij. Een estafette.
Straks heb ik weer gitaarles. Nou word ik absoluut geen virtuoos maar ik wil wel leuke dingen spelen, met die vriend van mij, baroknummers die wel 400 jaar oud zijn, da vin ik mooi, da boeit mij.

Gérant: Wat vertrouw je de aanwezigen in het Hotel – de gérant en de eerdere gasten – ’s avonds bij de open haard toe?
Ben: Ik vertelde eerder al, dat ik eerst even de kat uit de boom wil kijken. Voordat ik aan het gesprek deelneem, omdat ik mijn vingers niet wil branden.
Ik zou het dan willen hebben over het feit dat mensen heden te dagen zo vaak als winnaar uit een gesprek willen komen, dat vind ik eigenlijk jammer. Ik wil het liefste in een gesprek niet competitief zijn, gewoon eerlijk. Wel assertief zijn, maar daarbij een ander niet beschadigen.

Gérant: Waar ken je Hoteleigenaar Ludo van?
Ben: Van vier jaar Sportacademie, in dezelfde b-klas. Een prachtige tijd.

Gérant: Welke vijf sleutelwoorden zijn volgens jou kenmerkend voor Ludo?
Ben: Gepassioneerd. Doortastend, vastberaden. Bourgondiër. Perfectionist. IJdel, niet in de zin van het uiterlijk maar wat betreft de inhoud, alleen het beste is goed genoeg.

Gérant: Welke zin uit Hotel California past het beste bij jou en wat zegt die zin over jou?
Ben: Dat is de zin: ‘We are all just prisoners here of our own device.’ Je ontkomt je lot nóóit.

Gérant: Wat doet dat: wel kunnen uitchecken maar niet kunnen vertrekken?
Ben: Dat vind ik eigenlijk heel leuk, heel leuk. Ja, mijn bijdrage is niet meer weg te poetsen dan.

Gérant: De laatst uitgecheckte gast – Frans Jansen – stelde jou de niet alledaagse vraag: ‘Hoe is jouw zienswijze op de toekomst, gegeven het feit dat we de aarde aan het uitputten zijn?’
Ben: Volgens mij is er geen ontkomen aan dat we de aarde naar de bliksem helpen met ons gedrag. We weten allemaal dat we totaal verkeerd bezig zijn en toch gaan we ermee door.

Gérant: Welke, niet alledaagse, vraag wil jij aan de volgende hotelgast stellen?
Ben: Wat bezielt je om op de vraag van de gérant in te gaan? Wat bezielt jou om aan Hotel California deel te nemen? Wat is jouw motivatie daarvoor?

Gérant: Elke gast mag media en hyperlinks achterlaten in het Hotel. Welke kies jij?
Ben: Ludo heeft toch foto’s van mij? Ook van de Sportacademie? Kies zelf maar daaruit, heel graag.
Gérant: Ben, dat komt goed met die foto’s. Ik heb er drie voor je laten uitkiezen; de twee hierboven en hieronder een foto van ‘ons B-clubje’, november 1985.

Ben koos een YouTube-link naar een prachtig gitaarstuk; dat klassiek stuk zegt iets over zijn passie.

Ben van Esch: uitgecheckt dinsdag 19 september ’23, 16:27u.


Gast 17: ingecheckt maandag 4 september ’23, 12:07u:

Ellen Popma

Gérant: ‘Druk in de lobby…🤪. Gezellig!’

Deze (voorlopige?) foto maakte ik van Ellen op 26 mei 2005 tijdens het afscheidsdiner voor Gaston Schellekens, tot dan toe lid van de Raad van Toezicht van Wilgaerden. Gaston vertrok naar Portugal om daar een zogenoemde finca om te toveren tot B&B annex camping.

De welkomstattentie zal de hoteleigenaar (hopelijk binnenkort) in persoon overhandigen.


Gast 16: ingecheckt zondag 3 september ’23, 13:15u:

Yvonne Grapendaal

Deze foto van Yvonne – met naast haar echtgenoot Willem Bok – is gemaakt op 1 februari 2017 bij het diner ter gelegenheid van haar afscheid als voorzitter van HONK (Huisartsen Organisatie Noord-Kennemerland).

Yvonne zal voor alle Hotelgasten op één na een mystery guest zijn. Voorlopig uiteraard, want de gérant mailde haar de vragenlijst. Yvonne reageerde:

‘Goedemorgen Ludo,
prima ik vind het leuk om in te checken. Over het vervolg neem ik wat tijd om me te bezinnen.’

De welkomstattentie komt op een later moment, in persoon overhandigd. We maken binnenkort een afspraak.

Per mail van woensdag 20 september ’23 om 10:11u ontving de gérant een recente foto.

Én de reacties op de vragen.

Gérant: Hoe heet je en wie ben je?
Yvonne: Ik heet Yvonne Jolande Grapendaal, dochter van Jan Grapendaal en Johanna Catharina Half (Annie).
De middelste van drie kinderen; ik had een oudere broer en ik heb een jonger zusje. Ik ben geboren in 1956 dus nog nét van de babyboomgeneratie.

Mijn vader was zelfstandig ondernemer en had een stoffeerderij/woninginrichtingsbedrijf. Mijn moeder werkte mee in het bedrijf als administratieve kracht, hetgeen plezierig was omdat zij haar baan als secretaresse op had moeten geven toen zij trouwden. Dat was in die tijd te doen gebruikelijk.

We woonden in Beverwijk, vlakbij was de protestantse Bethelschool, waar ik ook naar school ging. In het begin was het gezin belijdend protestants-christelijk, nieuw Nederlands hervormd. Dat veranderde tijdens mijn lagere schoolperiode. Het geloof speelde geen hoofdrol meer in ons leven en dat was plezierig.

Ik had een gelukkige jeugd met veel buiten zijn, vriendinnen uit de buurt, maar ook veel lezen. Ook ik las op de lagere school alles wat los en vast zat. Een ongeruste bibliothecaris kwam zelfs met mijn ouders praten of dat wel de bedoeling was. Gelukkig leidde dat tot geen restricties.

Na mijn lagere schooltijd volgde ik de middelbare school in IJmuiden, elke schooldag met de pont, ik vond het heerlijk om te fietsen. In totaal wel een uur heen en weer, door weer en wind, die overigens altijd in mijn beleving tegen was. Het deerde niet. Mijn ouders vonden het belangrijk dat ik verder studeerde conform het gedachtegoed dat toen heerste: ‘een verstandige meid is op haar toekomst voorbereid.’

Uit mijn middelbare schooltijd heb ik nog enkele vrienden voor het leven. Heerlijk om daar een bepaalde tijd weer voor de geest te halen en af te spreken; we doen dat op vrijdag de 13e van een maand in het oude café Gerrits.

Ik was zeer geïnteresseerd in archeologie en wilde dit vakgebied na mijn Atheneum B gaan studeren. Mijn vader heeft mij dat afgeraden, omdat het zijns inziens verdraaid lastig was om daarin een boterham te verdienen. Bovendien was hij niet de juiste kruiwagen… Dat klopte natuurlijk wel.

Toen bedacht ik dat geneeskunde ook een prachtige studie zou zijn, waarin ik me zou kunnen ontwikkelen. De eerste keer dat ik mee lootte, werd ik uitgeloot. Ik heb toen een parkeerstudie psychologie gedaan aan de UvA in Amsterdam. Ik woonde toen op een woonboot op de Prinsengracht met twee andere jongens van mijn middelbare school. Er was geen water aan boord, we moesten water tappen uit een pomp op de gracht. Er was een oliekacheltje in de gemeenschappelijke zitkamer. Om verder warm te blijven gingen we naar Ome Jan, die had een café op het hoekje op het Amstelveld of naar de Universiteitsbibliotheek waar je koffie kon krijgen voor een duppie. Het was een goede tijd. Daarna een tweede poging ondernomen om in Amsterdam geneeskunde te studeren. Helaas opnieuw uitgeloot. Ik heb mijn biezen gepakt en ik heb me ingeschreven voor de studie Geneeskunde in Leuven (dependance Courtrai / Kortrijk). Het verbaasde me dat in het eerste jaar Geneeskundestudenten samen zaten met Diergeneeskunde- en Tandheelkundestudenten. En dat de wetten van Newton gedoceerd werden en de professoren halfgoden waren die geen kritiek duldden. Kortom ik woonde in België, zo dicht bij Nederland, maar ik had te maken met een grote cultuurshock. Ik was blij dat ik de derde keer ingeloot was in Amsterdam en met mijn studie Geneeskunde kon aanvangen aan de UvA.

Mijn studie heb ik snel doorlopen. In de laatste fase van mijn doctoraalstudie leerde ik Willem, mijn huidige partner, kennen. We zijn beiden huisarts geworden. In die tijd lagen de praktijken en banen niet voor het oprapen. We hebben allerlei baantjes gehad tot we samen een huisartsenpraktijk in Tuindorp Oostzaan konden overnemen. Door tegenvallende patiëntenaantallen , broodnijd onder collegae, het meer een maatschappelijk werker zijn dan huisarts, besloten we op zoek te gaan naar een andere huisartsenpraktijk.

Na een jaar konden we in Broek op Langedijk een praktijk overnemen. We moesten wel even op de kaart kijken waar het dorpje lag.

Dat brengt me bij de eerste kennismaking met Ludo. Hij was op dat moment directeur van de Districts Huisartsen Vereniging Holland Noord (DHV-HN), een district van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV). Hij heette elke nieuw gevestigde huisarts welkom in de regio. En attent als echtpaar had hij voor eenieder een ander boek over Alkmaar en de regio. Dat is Ludo.

Naast huisarts zijn in Broek op Langedijk, ben ik ook bestuurlijk actief geweest. Ik heb een mooi vak, maar de randvoorwaarden voor het vak en beleid ten aanzien van bijvoorbeeld ‘waar staat de huisarts over 30 jaar’, waren redenen om me daarvoor in te zetten. Zowel bij de LHV als afgevaardigde van de Regionale Huisartsen Vereniging Noord Kennemerland (RHV) en later ook als bestuurslid en voorzitter van de Huisartsenorganisatie Noord Kennemerland (HONK).

Verder rest me te vertellen dat we trotse ouders zijn van drie kinderen: twee dochters en een zoon. Alle drie zijn ze verschillend van elkaar, ook in hun beroepskeuze. Maar wat is het leuk om een kind te hebben dat ook in je voetsporen is getreden, een van de dochters is ook huisarts geworden.

Gérant: Wat is je passie en wat vertelt die passie over jou?
Yvonne: Mijn passie is mijn gezin: count your blessings en dat doe ik. Verder is een passie nog steeds lezen. Tijdens mijn werkzame leven weinig aan toegekomen. Door het bijhouden van nascholingen, lectuur en bestuurlijke stukken bleef er naast mijn werk en gezin weinig tijd over. Een andere passie is ons tweede huis in de Var, la douce France… Een familiehuis dat wij in 2015 gekocht hebben. We gaan dit jaar voor het eerst een olijvenpluk doen in de olijfgaard die we er later bijgekocht hebben. Ik ben benieuwd hoe de oogst gaat worden.

Omdat we een huis in Frankrijk hebben zijn Willem en ik begonnen aan een cursus Frans, we zijn nu in ons tweede leerjaar. We hopen zo, dat we in de toekomst de rapsprekende Fransen beter kunnen verstaan.

Gérant: Welke droom zou je nog graag realiseren?
Yvonne: Misschien toch archeologie oppakken

Gérant: Wat vertrouw je de aanwezigen in het Hotel – de gérant en de eerdere gasten – ’s avonds bij de open haard toe?
Yvonne: Ik zou het hebben over het wel en wee van een huis in Frankrijk, de geneugten daarvan, de olijfoogst, over familiebanden, over het eerste kleinkind op komst

Gérant: Waar ken je Hoteleigenaar Ludo van?
Yvonne: Ludo ken ik van de DHV, al eerder genoemd , maar later kwam Ludo weer op mijn pad als lid en vervolgens voorzitter van de Raad van Commissarissen (RvC) van HONK, toen ik voorzitter was van dezelfde huisartsenorganisatie

Gérant: Welke vijf sleutelwoorden zijn volgens jou kenmerkend voor Ludo?
Yvonne: Attent, oog voor, intelligent, gedreven, nauwgezet, zelfingenomen

Gérant: Welke zin uit ‘Hotel California’ past het beste bij jou en wat zegt die zin over jou?
Yvonne: De zin die Ludo ook het meeste fascineert: You can check-out any time you like. But you can never leave.Vandaaruit zie ik een extrapolatie naar de archeologie: men laat in het leven fysieke sporen na, traceerbaar, maar ook digitaal, gewild of ongewild. Niet uitwisbaar

Gérant: Wat doet dat: wel kunnen uitchecken maar niet kunnen vertrekken?
Yvonne: Als je het letterlijk neemt klinkt het benauwend, echter in dit geval ben ik nieuwsgierig naar de reacties, vragen en berichten

Gérant: De laatst uitgecheckte gast (Frans Jansen) stelde jou de navolgende (niet alledaagse) vraag.
Frans: Paul Schenderling, econoom, schreef het boek: ‘Er is leven na de groei’. Daarin zegt hij dat er drie en een halve aardes nodig zijn om het leven te blijven leven zoals wij dat nu doen. Een onmogelijkheid natuurlijk. Er is maar één manier om te overleven. Dat is door ingrijpend te consuminderen. Denk jij daar ook zo over? Of heb je een andere zienswijze op de toekomst? Vertel daar eens over.
Yvonne: Ik denk dat de huidige klimaatcrisis wel degelijk voortkomt uit de door de mens veroorzaakte opwarming van de Aarde. Drastisch consuminderen, door minder energie te gebruiken, minder voedsel te verspillen en minder  afval te produceren is de manier om met elkaar een halt toe te roepen aan de verdere opwarming van de Aarde en een mogelijkheid ‘om te overleven na de groei’. Een nieuwe planeet Aarde in het heelal  is nog zo imaginair

Gérant: Welke, niet alledaagse, vraag wil je aan de volgende hotelgast stellen?
Yvonne: ‘De kracht van keuze’ van Kelly Weekers maakt me bewust van de kleine en grote keuzes die we maken in het leven, elke dag weer. Een mens heeft altijd een keuze, hoe benard de eigen situatie ook is. Ik verwijs hierbij naar Sartre’s existentialisme. Mijn vraag voor de volgende gast: ‘Heb je in je leven keuzes gemaakt waar je achteraf spijt van hebt? Welke en waarom? Hoe zou je het liever gedaan hebben?’

Gérant: Elke gast mag maximaal drie media (foto, video, audio, tekst) en maximaal drie hyperlinks achterlaten in het Hotel. De antwoorden op de vragen en de achtergelaten media krijgen verblijf in Hotel California.
Yvonne: Die volgen nogmet toelichting.

Gérant: Dank je wel Yvonne, fijn om jou als gast erbij te hebben. Veel genoegen met je verblijf!

Yvonne Grapendaal: uitgecheckt woensdag 20 september ’23, 09:52u.


Gast 15: ingecheckt vrijdag 1 september ’23, 20:55u:

Helma Peters

Deze (voorlopige?) foto is gemaakt op 29 april 2007.
Helma is een enthousiaste ‘kapitein’; ze nodigde mij uit op haar prachtige sloep voor een tocht over de Amsterdamse wateren.

Ook deze incheck verliep razendsnel.
Uitnodiging 1/9/’23, 14:12u.
Helma 20:55u: ‘Ik check wel in! Ook al is het een virtueel hotel 😜.’
Gérant 21:21u: ‘😊. Morgen mail. Welte💤💤💤ten.’

De welkomstattentie volgt bij een op korte termijn te plannen bezoek aan Haarlem waar Helma sinds kort woonachtig is.


Gasten 13 en 14: ingecheckt zaterdag 26 augustus ’23, 16:04u:

Louise Druijts & Leo van Geet

Deze foto’s zijn gemaakt op zondag 23 oktober 2011 tijdens een van de vele vieringen ‘Ludo 6️⃣0️⃣’.

De incheck verliep als volgt.
Uitnodiging 18/8/’23, 20:00u.
Louise 25/8/’23, 11:13u: ‘Hoi Ludo, wij willen inchecken in ‘Hotel California’, maar willen er even rustig naar kijken samen. We zijn momenteel wat druk. Bij deze wil ik vragen aan jou of je onze kamer vast wilt reserveren. Groetjes 😘.’
Gérant: ‘Reservering in orde! Nadere berichten volgen. Fijne dag!’

En op zaterdag 26 augustus om 16:04u volgde de incheck met het toemailen van de vragenlijst. De tweede tweepersoonskamer in gebruik!
De welkomstattentie – bij hoge uitzondering een etentje, in Herberg Den Hemel (Hilvarenbeek) – was een uitstekende gelegenheid voor de incheckfoto.

Gérant: Hoe heten jullie en wie zijn jullie?
Louise: Mijn naam is Louise Antonetta Gerdina Druijts. Dochter van Sjef Druijts en Wiesje Willemen. Ons gezin bestond uit vier kinderen. Mijn oudste broer Henri is in 2021 overleden. Ik heb een jongere zus, Lenie. En de jongste is mijn broer Jos. Ik ben geboren en getogen in Tilburg.  Getrouwd met Leo van Geet en zo werd het Louise van Geet-Druijts. De stad Tilburg heb ik na mijn huwelijk verlaten, maar ben er nooit ver vandaan geweest. Eerst naar Berkel-Enschot en daarna vanaf 1978 in Goirle woonachtig. Wij hebben twee dochters, een zoon en vijf kleinkinderen. Wij passen regelmatig op en we genieten van onze kleinkinderen.
Leo: Mijn officiële naam is Leendert Marinus van Geet, net als mijn vader en als mijn oom uit Leerdam. Geboren op 4 januari 1949 te Rotterdam. Jongste uit een gezin van vijf kinderen, een nakomertje of zoals ik altijd zeg ‘een ongelukje’. De broer boven mij is bijna zeven jaar ouder. Ik heb eigenlijk nooit met een broer of zus gespeeld, ze waren immers veel ouder. Wel werd ik verwend door mijn broers en zus, ik was hun kleine broertje.
Ons gezin was een eenvoudig arbeidersgezin, mijn vader werkte en moeder was thuis om voor het huishouden te zorgen.
Op mijn vijfde jaar zijn we verhuisd naar Tilburg en daar kwamen we, als niet gelovigen, te wonen in een zeer Roomse parochie. Als ik destijds buiten ging spelen, werden de andere kinderen naar binnen geroepen. Ik was voor de buurt immers de duivel. Die buitensluiting ten opzichte van buurtkinderen heeft gelukkig niet lang geduurd.
Maar op mijn zesde moest ik naar school en toen begon die kermis opnieuw. Ondanks dat we bijna naast de school woonden, mocht ik daar niet op want dat was een katholieke school. En dus moest ik elke schooldag twee kilometer naar de openbare school in de stad lopen en ook weer terug.
Die lagere school was een openbaring voor mij. Heel veel verschillende kinderen, uit alle lagen van de bevolking en van allerlei geloven. Kinderen uit Suriname, uit Indonesië, van de Molukken, uit Curaçao, zelfs uit Zuid-Afrika. Op de school zaten zowel jongens als meisjes wat in die tijd uniek was in Tilburg. Daarna de mulo, maar die heb ik niet afgemaakt. Ik ben toen begonnen aan een van mijn eerste baantjes.
Toen ik Louise leerde kennen was zij tandartsassistente en zij was aan een studie begonnen voor het diploma doktersassistente. Zij inspireerde mij om ook weer te gaan studeren en ik ben toen begonnen aan mijn eerste opleiding bij de LOI (Leidse Onderwijs Instellingen). De laatste studie die ik er volgde was voor het beroep van bedrijfsleider. Na het halen van het diploma ben ik als zodanig gaan werken bij Papiergroothandel Riem en Honig in Tilburg, daarna bij papierfabriek Huiskamp en Sanders in Eerbeek. Daar is mij de kennis en de liefde voor papier bijgebracht. En daar heb ik ook een opleiding in de grafische industrie kunnen volgen. Daarmee is mijn levenspad eigenlijk voor het grootste gedeelte geplaveid: voor diverse groothandelaren en papierfabrieken mensen mogen informeren over papier en over drukwerk.

Gérant: Wat is jullie passie en wat vertelt die passie over jullie?Louise: Mijn passie 🤔? Tja, wat zal ik daar over zeggen… Ik heb veel tijd en liefde gestoken in het opvoeden van onze drie kinderen, die alweer enige jaren alle drie het huis uit zijn. Daarnaast heb ik altijd gevolleybald en dat doe ik nog steeds. Ik heb met veel plezier acht jaar Russisch gestudeerd en ben in 1994 in het Belgische stadje Arendonk de opleiding beeldende kunst gaan volgen. Die heb ik in 1999 met succes afgerond. Daarna heb ik in 2002 nog de specialisatiegraad behaald.
Schilderen zou je zeker een passie van mij kunnen noemen, maar ik ben geen absint drinkende kunstenaar die er alles voor opzij zet 🫢. Verder heb ik sinds een paar jaar pianoles en probeer ik de theorieën in praktijk te brengen. Ook wandel ik dagelijks met ons hondje Didie. Lezen probeer ik ook nog bij te houden. Ik heb altijd een boek onder handen, maar kan er tamelijk lang over doen voordat het uit is. Maar toch!
Leo: Een werkelijke passie heb ik niet. Ik ga graag om met oprechte mensen en dat lukt me aardig. Ook probeer ik wat bedrukte bierviltjes aan de man te brengen en dat lukt ook aardig. Een bierviltje is een karton gemaakt van houtpulp (houtslijp van een boom) daarop wordt aan iedere zijde een heel dun laagje houtvrij papier aangebracht waarop wij kunnen drukken. Het drukken van dit karton is zeer specialistisch door zijn dikte van 1,4mm. Er zijn in heel Europa maar een paar drukkerijen die dit goed kunnen. Het papier waarop boeken gedrukt worden is immers maar 0,1mm dik. Ik verkoop mijn viltjes vooral aan de bierbrouwerijen in Nederland, België, Frankrijk en Italië.
Wat betreft de kinderen: onze oudste dochter heet Femke en ze is getrouwd met Bjorn van Herk. Ze is  moeder van drie kinderen: Luca, Mats en Mila. Femke is een echte liefhebster van paarden en alles wat daarbij komt kijken. Die liefde heeft ze overgebracht op haar twee jongste kinderen, die beiden paardrijden. Ze hebben eigen paarden, dus hebben ze daar dagelijks veel werk aan. Luca, de oudste rijdt geen paard, die is er zeer allergisch voor, hij blijft dan ook zo veel mogelijk uit de buurt van de paarden. Femke doet de administratie voor een diervoederbedrijf. Bjorn is mede-eigenaar van Leotex, een groothandel in meubelstoffen.
De middelste van de drie kinderen is onze zoon Niels die sinds 2004 in Italië woont. Hij woont er samen met zijn vriendin Marcela Muza. Niels ging voor zijn studie International Business voor een half jaar naar de universiteit van Bilbao (zijn tweede taal op de universiteit was Spaans) maar hij kwam na dat half jaar met een Italiaanse liefde terug. Sinds die tijd woont hij in Italië en heeft zijn afstudeerproject kunnen doen bij de KLM in Milaan. Na zijn afstuderen heeft hij zich definitief gevestigd in Italië. Hierdoor hebben wij nu een fantastisch vakantieadres in zijn huis in Morsasco in Piëmonte. Na jaren voor Luxottica gewerkt te hebben als o.a. marketing manager voor Ray-Ban is hij dit jaar gestart met een eigen consultancybedrijf.
Floortje is ons derde kind. Ze is getrouwd met Ralf Schimmel. Ze wonen met hun twee kinderen Zoë en Otis in Nijmegen. Zoë wordt in januari vier jaar en gaat dan voor het eerst naar school.  Floortje is na haar opleiding in marketing werkzaam met haar eigen marketingteam bij CCV in Arnhem. Ralf is verantwoordelijk voor het goed laten draaien van de software en mede-eigenaar van Gynzy digitaal onderwijs en digitale borden.

Gérant: Welke droom zouden jullie nog graag realiseren?
Louise: Er is geen droom die ik nog zou willen realiseren, maar ik heb wel een wens: gezond door het leven gaan en het goed hebben met elkaar, met onze kinderen en kleinkinderen en met onze vrienden. Het klinkt cliché, maar het houdt ‘zoveel’ in. Daaraan hecht ik veel waarde.
Gérant: En jij Leo?
Leo: Het is niet bepaald een droom, maar meer een verlangen om gezond te blijven en te kunnen genieten van de leuke dingen van het leven. Natuurlijk moet je die leuke dingen ook opzoeken en dat doen we de laatste jaren regelmatig door te reizen. Liefst per auto zodat wij ons hondje (Didie) ook mee kunnen nemen. We hebben nu een plannetje om Noorwegen te gaan bezoeken. Op ons gemak met de auto, kijken naar onze prachtige planeet en de overal leuke mensen die je ontmoet. Daarna zien we wel weer wat we gaan doen.

Gérant: Wat vertrouwen jullie de aanwezigen in het Hotel – de gérant en de eerdere gasten – ’s avonds bij de open haard toe
Louise: Nou dat is maar de vraag. Dat is afhankelijk van de gasten en de sfeer. Bij een aangenaam verpozen zitten we met z’n allen op rozen…❣️
Leo: Meestal wordt zoiets bepaald door de mede aanwezigen waarover gesproken wordt en dergelijke, maar ik ben een open boek en heb niet veel bijzonderheden die ik andere zou kunnen toevertrouwen. Ik ben wie ik ben en daar zul je het mee moeten doen
Gérant: Maar jullie verblijven al vrij lang in het Hotel en je hebt kunnen zien wie de gasten zijn en welke sfeer ze meebrachten, toch?
Louise: Dan zou ik de gasten toe vertrouwen dat ik het heerlijk vind om met dit gezelschap bij de open haard te vertoeven en dat ik hun vriendschap zeer kan waarderen. Dat zij altijd op mij kunnen rekenen in goede en in slechte tijden en daar proosten we dan op!

Gérant: Waar kennen jullie Hoteleigenaar Ludo van?
Louise: Van de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Tilburg. Ludo was daar eerstejaars student en ik was er werkzaam als medisch assistente. We kwamen elkaar regelmatig tegen in de wandelgangen en een praatje was gauw gemaakt. Dat was altijd gezellig en al gauw werden wij – Leo, mijn toenmalige verloofde en ik – uitgenodigd voor een dineetje in Den IJzeren Vrijer. Dat was een bijzonder studentenhuis op de Bredaseweg in Tilburg. Vanaf die tijd zijn we bevriend geraakt en dat is altijd zo gebleven. Ludo was zelfs onze fotograaf op onze bruiloft.
Leo: Ludo is in mijn leven gekomen via Louise, zoals hierboven te lezen is. En het klikte ook aardig tussen Ludo en mij. Er ontstond een vriendschap en wij ontvingen Ludo en Mathieu destijds regelmatig bij ons thuis in Berkel-Enschot en zij ons in Den IJzeren Vrijer op de Bredaseweg. We moeten dat album met bruiloftsfoto’s nog eens laten zien want het waren destijds kleurenfoto’s maar inmiddels zijn ze bijna zwart/wit. De vriendschap is nooit verkleurd…

Gérant: Welke vijf sleutelwoorden zijn volgens jullie kenmerkend voor Ludo?
Louise: Eerlijk, sportief, intelligent, ontzettend aardig – bijna lief zelfs – en een tikkeltje eigenzinnig en… Oeps, het zijn er al vijf. Ik weet er nog wel meer, maar vijf is voldoende. Leo mag er nog wat aan toevoegen.
Leo: Gepassioneerd – volhardend – gestructureerd – nieuwsgierig – leergierig, maar vooral heel aardig.

Gérant: Welke zin uit ‘Hotel California’ past het beste bij jullie en wat zegt die zin over jullie?
Louise: De beste zin was al snel bezet… dus is het deze geworden: And still those voices are calling from far away,  wake you up in the middle of the night just to hear them say… je kunt wel uitgecheckt zijn, maar dan ben je nog niet weg.
Leo: We are all just prisoners here of our own devise. We kunnen het lot van ons leven beïnvloeden, door er iets van te willen maken. En dat is precies wat we proberen te doen.

Gérant: Wat doet dat: wel kunnen uitchecken maar niet kunnen vertrekken?
Louise: Zoals ik hierboven al zei: wel uitgecheckt, maar onvergetelijk. De herinnering blijft altijd.
Leo: Het hotel van het leven heeft geen uitgang, dus uitchecken ja dat gaat, maar echt vertrekken?

Gérant: De laatst uitgecheckte gast – Ben van Esch – stelde jullie de vraag wat jullie in godsnaam bezielde om mee te doen met Hotel California; wat is daarop jullie antwoord?
Louise: Het is natuurlijk een heel origineel idee en als Ludo die vraag aan mij stelt dan kan ik dat gewoon niet weigeren. Simpel toch?
Leo: Wat heeft mij doen besluiten in te checken bij hotel California? Nou, in eerste instantie dacht ik: ‘Wat is dit nou?’ Maar toen ik verder keek kwamen toch wel de kriebels om na te denken over de vragen die de Gérant stelt. Het is een stukje omkijken en een stukje vooruit kijken.

Gérant: Welke, niet alledaagse, vraag willen jullie aan de volgende hotelgast(en) stellen?
Louise en Leo: Waarvan ga jij of gaan jullie helemaal uit je bol?

Gérant: Elke gast mag maximaal drie media (foto, video, audio, tekst) en maximaal drie hyperlinks achterlaten in het Hotel. De antwoorden op de vragen en de achtergelaten media krijgen verblijf in Hotel California.
Leo: Ik kies dezetoelichting overbodig.

Louise Druijts & Leo van Geet: uitgecheckt woensdag 27 december ’23, 16:56u.


Gasten 11 en 12: ingecheckt zaterdag 19 augustus ’23, 23:06u:

Mathieu Geelen & Wilma Weeterings

De eerste tweepersoons-kamer van Hotel California is in gebruik genomen! En niet door de minsten…
Deze foto is gemaakt op 7 december ’22. De BergBokken (minus Henk, plus Walter) genoten aan de vooravond van de Hoge Venen 3-daagse – je zou kunnen zeggen ‘als gebruikelijk’ – van de ongeëvenaarde gastvrijheid in Wessem.

De incheck verliep als volgt.
Uitnodiging 19/8/’23, 14:15u.
Wilma 23:06u: ‘Natuurlijk, wij voelen ons ook vereerd.
Stuur maar op die vragen. We gaan er voor zitten na Leipzig.
Tot morgen!’

Het ‘Tot morgen!’ had te maken met Mathieu’s en Ludo’s ’52-jaar-vriendschaps-midweek’ van 21 t/m 25 augustus ’23 in Leipzig.

De welkomstattentie van de gérant – topwijn, met dank aan maître Antoine de Blok – uit de kelder van de Hoteleigenaar was een keuze uit wit of rood.
Het koppel bleek niet dezelfde smaak te hebben; de een houdt van rood, de ander van wit…
Gérant: ‘Alle begrip. Bij uitzondering gaan ze allebei in de tas naar Wessem.Foto: zondag 20 augustus 2023, 18:57u in de tuin.


Gast 10: ingecheckt vrijdag 4 augustus ’23, 22:17u:

Arne Theuer

De incheck verliep razendsnel.
Uitnodiging 22:12u
Arne 22:17u: Ok 😁👍
– Gérant 22:19u: ‘Ok = Stuur mail maar?’
– Arne 22:20u: Jaja 😁 ben de lobby al aan ’t checken… vanuit m’n busje 😂
– Gérant 22:21u: ‘Top‼️ Morgen mail. Enjoy!’

De welkomstattentie van de gérant komt op een later moment.

Deze foto kreeg de gérant – speciaal voor Hotel California – toegestuurd op zaterdag 26 augustus ’23, 16:36u.

Arne: ‘Ik doe het in stukjes en beetjes, ok?
Hoe het bij me opkomt.’
Gérant: ‘Uiteraard, de gast kiest in alle vrijheid een eigen aanpak.’

En dus:

Gérant: Wat doet dat: wel kunnen uitchecken maar niet kunnen vertrekken?
Arne: Je hart? Je kan ergens inchecken en er niet echt ‘zijn’, alsof je bagage nog nageleverd moet worden, of ergens uitchecken en dan een paar straten verder beseffen dat je nog iets belangrijks vergeten bent in de badkamer of zo. Dan sta je heel even… nergens.
Het gaat me dan niet om de Sehnsucht naar die andere of vaak eerdere staat van zijn, die je voelt terwijl je dan daar zo op de stoep staat bijvoorbeeld, maar eerder over het kleine stukje ‘niet zijn’ wat daar dan zo heerlijk in besloten ligt.
…want zó belangrijk was die gsm-lader op het nachtkastje nu ook weer niet 😁…

– wordt vervolgd –


Gast 9: ingecheckt vrijdag 4 augustus ’23, 21:52u:

Frans Jansen

Deze foto werd gemaakt op 11 april ’23. Frans en ik liepen de heerlijke Hoge Venen 3-daagse.
Op 14 juli ’23 nodigde ik Frans uit om in te checken in Hotel California. Frans antwoordde:

‘Ludo, vind je het goed dat ik hier over nadenk? Ik moet er rustig voor gaan zitten. Want ik besef dat als ik incheck er wel wat inhoudelijks moet komen. Hartelijke groet, Frans

Typisch Frans 😊.  De gérant reageerde:

‘Uiteraard mag je erover nadenken. Maar zie het vooral als een ‘lichte’ creatieve uitdaging. Het moet niet als ‘werk’ gaan voelen. ‘

Incheck volgde dus op 4 augustus; de welkomstattentie van de gérant komt op een later moment.
En nog geen twee weken later was er dit resultaat.

Gerant: Hoe heet je en wie ben je?
Frans: Mijn naam is Frans (Franciscus Josephus Gerardus) Jansen. Ik ben geboren in 1947 in het Brabants/Kempische dorp Luyksgestel, onder Eindhoven. Ik was het vierde kind in een gezin van zes. Mijn vader had samen met zijn broer een boerderij. In de vijfde klas van de lagere school gaf ik te kennen priester te willen worden. Van 1960 tot 1967 zat ik op het seminarie van de paters Assumptionisten in Boxtel. Rond 1965 concludeerde ik dat het priesterschap niet mijn weg was en even later heb ik – in het ‘hol van de leeuw’, een klooster! – ook het geloof verlaten. Je kunt zeggen dat ik vanaf dat moment agnost ben met een sterke neiging naar het atheïsme. Toch denk ik zonder rancune en met veel waardering terug aan de tijd op die kostschool. Onder de paters waren zeer liberale geesten die het allerbeste voor hadden met de seminaristen. Ik heb veel aan hen te danken.
Van 1967 tot 1969 volgde ik het CIOS, een opleiding voor sportleiders, in Overveen. Een bewuste keuze voor die school, hoewel het voor de hand lag dat ik naar Sittard zou gaan.
Gérant: Wat bedoel je met ‘een bewuste keuze die niet voor de hand lag?’
Frans: Ik was de katholieke sfeer in het zuiden helemaal zat, besefte maar al te goed dat als ik mijn wereldbeeld wilde verruimen, dat ik dan een tijdje uit dat milieu weg moest. Was nog wel even een probleem, want zowel mijn ouders als de paters opteerden voor het katholieke CIOS Sittard. Ik heb doorgezet. In Overveen gingen werelden voor me open.…… Deze opleiding heeft mij veel gebracht.
Van 1969 tot 1971 was ik (dienstplichtig) militair sportinstructeur en speelde in het nationaal militair basketbalteam. In de avonduren behaalde ik het diploma Lagere Akte Gymnastiek en gaf ik een jaar lang gymnastiek op een school in Eindhoven.
Van 1972 tot 1975 zat ik op de ALO in Tilburg. Hier zaten Ludo en ik in dezelfde klas. Van 1975 tot 2010 was ik docent aan het CIOS te Overveen/Haarlem. Dit was een baan, geen mooiere heb ik mij kunnen wensen. Nu geniet ik al weer 13 jaar van mijn pensioen.
Ik ben 48 jaar getrouwd met Han, we hebben drie kinderen en zes kleinkinderen. Ik woon in het Noord-Hollandse Egmond-Binnen, voel me daar als zuiderling prima thuis. Ik besef dat ik op een moment in de geschiedenis en een plaats op deze aarde leef waardoor ik mij enorm heb kunnen ontplooien. Wat ben ik een bofkont!

Gérant: Wat is je passie en wat vertelt die passie over jou?
Frans: ‘LEVEN IS TOCH VOORAL BELEVEN EN WAAR IN HET LEVEN VALT ER MEER TE BELEVEN DAN IN HET BEWEGEN?’
Dit is mijn lijfspreuk en vakconcept. Veelsoortig bewegen, sporten, spelen zorgt ervoor dat ik heel wat dimensies van het bestaan kan ervaren. Elke bewegingsvorm brengt één aspect, één onderdeel van het bestaan bij mij binnen. Ik wandel, schaats, langlauf, klim, fiets, golf en kano. In allerlei vormen en in verschillende omstandigheden, alleen en in groepen. Het bewegen is een diamant die ik vond en die ik ook aan anderen wil laten zien. Het leven heeft waarschijnlijk geen zin, maar het bewegen maakt voor mij het leven wel de moeite waard. Daarom: MOVEO, ERGO SUM.

Gérant: Welke droom zou je nog graag realiseren?
Frans: Een leerling vroeg me toen ik met pensioen ging: ‘En Frans, wat wil jij eigenlijk nog realiseren?’ Ik heb hem toen geantwoord dat ik een nog dieper besef van bestaan wil krijgen. De homo sapiens is een soort die tienduizenden jaren kon overleven door zijn cognitie. Een bijeffect daarvan is dat de mens kan reflecteren, filosoferen, zich verwonderen en zich bewust is van zijn bestaan. Ik heb al geen klagen wat dit betreft, maar het zich verwonderen over het feit dat jij een onderdeel van de kosmos bent, ja dat zou ik nog naar een grotere hoogte willen opstuwen.

Gérant: Wat vertrouw je de aanwezigen in het Hotel – de gérant en de eerdere gasten – ’s avonds bij de open haard toe?
Frans: Ik ga er zonder meer vanuit dat Ludo`s gasten integer zijn en dat er valide communicatie is. Ik hoop dat er geen taboes zijn, dat we de naakte feiten zullen benoemen. Men mag mij werkelijk alles vragen, ik zal zonder fictie antwoorden en hoop dat dat wederkerig is. Samenwerkend zullen we dan meer kijk krijgen op het verschijnsel mens. Ik stel de gérant voor om overdag een flinke bewegingsactiviteit te organiseren want dan komt de communicatie non-verbaal al flink op gang.

Gérant: Waar ken je Hoteleigenaar Ludo van?
Frans: Ik ontmoette Ludo 50 jaar (!) geleden op de ALO in Tilburg. Merkwaardig is dat wij elkaar sportend nooit zijn tegengekomen in het Noord-Hollandse. Tot we elkaar enkele jaren geleden zagen tijdens een reünie. Heb met hem drie maal de Hoge Venen gelopen, de West-Friese Omringdijk gefietst, verschillende keren geschaatst. En dat ging steeds gepaard met hele fijne gesprekken.

Gérant: Welke vijf sleutelwoorden zijn volgens jou kenmerkend voor Ludo?
Frans: Ludo is cognitief intelligent, sociaal intelligent, motorisch intelligent, heeft een groot vermogen tot analyse van maatschappij en politiek, is een begenadigd schrijver. Hij verdient alle respect voor de wijze waarop hij in zijn leven met tragiek is omgegaan.

Gérant: Welke zin uit ‘Hotel California’ past het beste bij jou en wat zegt die zin over jou?
Frans: ‘We are all just prisoners here of our own device.’ Al onze zintuigen zijn niet in staat om ook maar iets van de werkelijkheid bij ons te krijgen. Alle religies, alle antropologieën proberen en hebben geprobeerd dat gat te vullen. Met steeds een vals resultaat tot gevolg. Het zijn allemaal ficties om de gang van alledag te waarborgen en onze soort te laten voortbestaan. Wij mensen hebben veel te weinig gereedschap en vermogen om ook maar één deel van de werkelijkheid te doorgronden. Vandaar mijn agnosticisme. We hopen, geloven, verlangen, verwachten, maar waarschijnlijk is er niets dan duisternis.

Gérant: Wat doet dat: wel kunnen uitchecken maar niet kunnen vertrekken?
Frans: Dat we tot elkaar veroordeeld zijn. Of we willen of niet, we moeten het met elkaar rooien. En dat kunnen we, geen soort die zo goed kan samenwerken als de homo sapiens. Dat samenwerken heeft ons in het verleden er doorheen gesleept. En ook nu is het de enige sleutel naar de toekomst.

Gérant: De laatst uitgecheckte gast – Jos Perry – (zie website) stelde jou een niet-alledaagse vraag. Wat is daarop je antwoord?
Frans: Als reïncarnatie zou bestaan, waar ik niet van uit ga, zou ik graag eens een leven lang vrouw zijn en bij een daaropvolgend leven homoseksueel en daarna lesbienne. Fantastisch om de verschillen te ervaren en daardoor meer van het leven te weten te komen. Ik zou dat willen zijn in verschillende periodes in de ontstaansgeschiedenis van de homo sapiens, bijvoorbeeld 70 duizend jaar geleden toen we op het punt stonden Afrika te verlaten en er ook nog andere mensachtigen rondliepen. Of 10 duizend jaar geleden toen we dachten met landbouw en veeteelt te moeten beginnen. Ik zou zeker over duizend jaar willen leven, hoewel ik denk dat de mens dat niet haalt. Als Afrikaan, Aziaat, Zuid-Amerikaan.
Gérant: Hoe zou het voor jou zijn als je dan met een progressieve meervoudige motorische handicap ter wereld zou komen?
Frans: In de gehandicaptensport is enorm veel mogelijk. Maar als ik totaal verlamd op bed zou komen te liggen, zou dat voor mij een ‘ondraaglijk en uitzichtloos lijden’ betekenen…
Gérant: Waarom denk je dat de mens dat niet haalt? Hoe ziet de ondergang van homo sapiens er volgens jou uit?
Frans: We spreken van een sprinkhanenplaag, een muizenplaag, een processierupsenplaag. Die diertjes moeten uitgeroeid worden, ze zitten ons in de weg. Niemand hoor ik zeggen dat deze soorten uiterst succesvol zijn. Maar hun succes is ook hun decimering. Van alle soorten die er ooit rondliepen op de aarde zijn nu 99.9% fossiel. Waarom zou de homo sapiens geen fossiel worden. Ik ben een cultuurpessimist gezien de feiten. We zijn als mensheid niet in staat ons gedrag radicaal te veranderen, we zitten in een wals die onbestuurbaar de berg af raast.

Gérant: Welke, niet alledaagse, vraag wil je aan de volgende hotelgast stellen?
Frans: Paul Schenderling, econoom, schreef het boek: ‘Er is leven na de groei’. Daarin zegt hij dat er drie en een halve aardes nodig zijn om het leven te blijven leven zoals wij dat nu doen. Een onmogelijkheid natuurlijk. Er is maar één manier om te overleven. Dat is door ingrijpend te consuminderen. Denk jij daar ook zo over? Of heb je een andere zienswijze op de toekomst? Vertel daar eens over.

Gérant: Elke gast mag maximaal drie media (foto, video, audio, tekst) én maximaal drie hyperlinks achterlaten in het Hotel. De antwoorden op de vragen en de achtergelaten media krijgen verblijf in Hotel California.
Frans: Ik kies deze, van JC Bloem:Ik houd van gedichten en Bloem is mijn favoriet. Het nihilistische in zijn werk spreekt mij bijzonder aan.

In de navolgende hyperlink speelt Christiaan Poel, mijn hoorn leraar, een etude die ik had ingestudeerd. Hij motiveert mij enorm. Ik speel in de plaatselijke fanfare. Repeteer elke dag met veel plezier, de hoorn fascineert me. Desondanks ben ik een matig muzikant.

Van alle sporttechnieken staat bij mij de schaatsslag met stip bovenaan. Schaatsen is geen sport, maar kunst! En kunst moet omdat kunst troost biedt. Op de foto schaats ik met zoon Hans en kleinzoon Toon. Die worden ook al zenuwachtig als er natuurijs komt.

Gérant: Dank je wel Frans. Je bent een memorabele gast. Nee… vriend!

Frans Jansen: uitgecheckt woensdag 16 augustus ’23, 20:12u.


Gast 8: ingecheckt vrijdag 14 juli ’23, 11:06u:

Jos Perry

Deze foto werd gemaakt op 22 mei ’22. Annet en Jos kwamen bij ons in Leiden op bezoek. Locatie: Ankerpark, onderdeel van de Singelparkwandeling.
De welkomstattentie van de gérant komt op een later moment.
De gérant voorzag Jos van een invulmail met alle vragen die een inkijkje in de ziel beogen te verschaffen. Hieronder de ‘oogst’.

Gérant: Je bent ingecheckt. Ik heb voorlopig de foto die Ludo van jullie in Leiden maakte bij de incheck op de site gezet. Als je liever een andere wil plaatsen dan kan dat altijd.

Gérant: Hoe heet je en wie ben je?
Jos: Ik heet Jos Perry en ben historicus, biograaf, fietser, amateur, wandelaar, verzamelaar, fluitist, dilettant, babyboomer, Europeaan, en inwoner van Maastricht. Vak-, reis-, tafel-, bed- en echtgenoot van Annet, geboren in Zwollerkerspel, dat is een voormalige gemeente die gelegen was rondom de stad Zwolle. Annet houdt het wonderbaarlijk lang met mij uit en blijft daarbij nog opgewekt ook. Ik tel mijn zegeningen en dit is er één van.

Gérant: Wat is je passie en wat vertelt die passie over jou?
Jos: Taal en verhaal; lezen en schrijven. Het kon voor mij niet vroeg genoeg beginnen. Als vijf- of zesjarige kleuter moet ik thuis hardnekkig hebben gezeurd om ook te leren wat mijn oudere broers en zus al konden. Mijn moeder (gediplomeerd onderwijzeres, maar in de jaren vijftig huisvrouw, zonder baan buitenshuis) heeft mij toen lezen geleerd. Begin september aankomend in de eerste klas, viel ik meteen door de mand: ik kon het al! En daarom werd ik zonder pardon overgeplaatst naar de tweede. Nauwelijks was ik staat een boek als Marco de Nar van begin tot eind te lezen, of ik begon, in een gelinieerd schrift, mijn eerste verhalen te schrijven. Later volgden stukjes in schoolkranten, studentenblaadjes, een populair wetenschappelijk verzamelwerk enzovoort. Wat het over mij zegt? Dat weet ik eigenlijk niet. Voor mij is schrijven een manier om mee te doen, te communiceren, mijn plaats in het geheel te bepalen, een bijdrage te leveren. Soms ook een manier om doden te eren.

Gérant: Welke droom zou je nog graag realiseren?
Jos: De Suite Modale van Ernest Bloch spelen, samen met pianiste Marieke Hilhorst. De Suite Modale is een sonate voor fluit en piano die ik éénmaal op de radio heb gehoord, daarna nooit meer. Het was in een tijd dat ik zelf veel muziek op geluidscassettes opnam. Van dat stuk van Bloch heb ik gelukkig ook een opname gemaakt. Ontelbare keren heb ik ernaar geluisterd. Het dateert van 1956; het is een van Blochs laatste composities.
Heel veel jaren later kon ik van een vriendin een stapel bladmuziek overnemen. Laat dit prachtige stuk daar ook tussen zitten! Met hulp van mijn lerares Nina ben ik het nu aan het instuderen. Marieke, die al jaren in Amsterdam woont, was laatst hier op bezoek, heeft de pianopartij bekeken en mee naar huis genomen: ‘Ja, dit is wel iets voor mij…’
Gérant: Wat heeft jou zo getroffen in de Suite Modale? En Marieke Hilhorst? Wie is dat? Waar ken je haar van?
Jos: Wat mij in die Suite Modale treft, is een soort ingetogenheid; milde, herfstachtige melancholie; afwezigheid van het grote gebaar; melodieën die gemakkelijk aanspreken, maar toch niet banaal zijn. Dit zegt misschien allemaal weinig… maar als je onder woorden kon brengen wat muziek met je doet, had je de muziek zelf niet meer nodig.Marieke Hilhorst ken ik uit mijn Nijmeegse tijd. Wij hebben daar allebei geschiedenis gestudeerd, zij overigens een jaar of tien later dan ik.
Rond 1990 hebben we elk een boek over katholieke kostscholen geschreven: zij over internaten voor meisjes (Bij de zusters op kostschool, Bruna, 1989), ik over internaten voor jongen (Jongens op kostschool, Bruna, 1991).Gérant: Wat vertrouw je de aanwezigen in het Hotel – de gérant en de eerdere gasten – ’s avonds bij de open haard toe?
Jos: Ik zou vooral luisteren, dat vind ik prettiger dan praten. Wordt daar rond die open haard bij een glaasje port de druk om nu zelf ook eens iets te vertellen te hoog opgevoerd, dan zou ik vertellen over de zomer van 1958. Die laatste schooldag; het begin van die eindeloze zomervakantie. Met lood in mijn schoenen liep ik naar huis, het verschrikkelijke schoolrapport in mijn hand. Erin kijken? Nee, dat deed je niet, dat rapport was voor je ouders! Thuis barstte ik vrijwel onmiddellijk in snikken uit. Ik was blijven zitten! Mijnheer Hermans, de klasse-onderwijzer, had het zelf gezegd! Mijn moeder geloofde het niet en het rapport gaf haar gelijk. Mijnheer Hermans had een grapje gemaakt. En ik, ik had hem geloofd! Ik was erin gestonken! Dat is mijn grondfout: ik neem dingen letterlijk. Taal! Zo heb ik nog heel lang gedacht dat iemand die mij vroeg ‘Hoe gaat het?’, dat ook echt wilde weten!

Gérant: Waar ken je Hoteleigenaar Ludo van?
Jos: Ludo en ik woonden in de jaren vijftig allebei in de Marjoleinstraat van de wijk Mariaberg in Maastricht. Het gezin Grégoire woonde op nummer 11 en het gezin Perry op nummer 13. De Grégoire’s verhuisden, de Perry’s trouwens ook, we verloren elkaar uit het oog. We vonden elkaar terug via de rubriek ingezonden brieven in de Volkskrant.

Gérant: Welke vijf sleutelwoorden zijn volgens jou kenmerkend voor Ludo?
Jos: Buurman. Dat is wat wij ooit waren; maar Buurman is ook de naam van de architect die de Huishoudschool uit de jaren veertig van de vorige eeuw tekende: Bernard Buurman. Het is de plek waar Ludo en Marijke nu wonen; de school onderging in 2016/2017 een fraaie metamorfose tot 16 wooneenheden. Annet en ik hoorden de naam Bernard Buurman regelmatig tijdens de Singelparkwandeling samen met Ludo en Marijke. We dachten Leiden wel zo’n beetje te kennen, maar kregen die dag een verrassend nieuw beeld.
Anatomie. Ik denk aan de Anatomische Les van Rembrandt (die kwam ook uit Leiden), maar ook en vooral aan het door Ludo en zijn kompanen samengesteld studieboek – even zorgvuldig geredigeerd als aantrekkelijk vormgegeven. Terecht klaagde Ludo over het feit dat educatieve auteurs nooit eens een uitnodiging krijgen voor het Boekenbal. En dat ‘Terwijl zij toch met minstens evenveel hartstocht en intelligentie werken aan waarde, aan cultuur pur sang, aan opvoeding, kennisoverdracht, deskundigheidsbevordering, ontwikkeling.’
Ingezonden. Ludo is de ongekroonde koning van de ingezonden brief. Het citaat hierboven over de educatieve schrijvers komt uit zo’n brief. Leg al Ludo’s ingezonden brieven (geplaatste en ongeplaatste) op chronologische volgorde, doe er een mooi omslag omheen, voeg er personen- en trefwoordenregisters aan toe – et voilá: je hebt een politieke, sociale en culturele anatomie van het Koninkrijk der Nederlanden in onze tijd.
Gérant: Nou, Jos dan kom je inmiddels ruimschoots aan je trekken met:
Opinies en Lezersbrieven (geplaatste) en – Kraamkamer van breinsels (ongeplaatste).
Fiets. Op de fiets naar Santiago de Compostella! Het soort megaprojecten waar veel mensen over fantaseren, maar Ludo DOET het gewoon. Samen met: Marijke.

Gérant: Welke zin uit ‘Hotel California’ past het beste bij jou en wat zegt die zin over jou?
Jos: Some dance to remember / Some dance to forget’. Soms wil je iedereen en alles omhelzen, dicht tegen je aandrukken en nooit meer loslaten. Soms is het andersom en zou je overal een vernietigend groot kruis doorheen willen zetten en met een schone lei beginnen. Het kán geen van beide – dat weet je zelf ook wel, op je nuchtere momenten. Maar evengoed.

Gérant: Wat doet dat: wel kunnen uitchecken maar niet kunnen vertrekken?
Jos: Doet mij denken aan de nachtmerrieachtige ontknoping van een reis naar Londen, ruim twintig jaar geleden. Annet en ik checkten uit en maakten ons op om met de Eurostar door de Kanaaltunnel terug naar het vasteland te reizen. Op Waterloo Station – what’s in a name? – komen we tot de ontdekking dat er voorlopig helemaal geen treinen meer door die tunnel zullen rijden. Oorzaak: problemen aan de Franse kant, met de stroomvoorziening. Hoelang dit gaat duren? Niemand die daarvan ook maar de flauwste notie heeft. Veerboten varen niet, vliegtuigen zijn overvol… Wat ons redt dat zijn de musea: de National Gallery, de National Portrait Gallery. Daarom een vraag: zijn er interessante musea, in de buurt van Hotel California
Gérant: Nou en of! 

Gérant: De laatst uitgecheckte gast, Irène Bovy, stelde jou een niet alledaagse vraag: ‘Stel je voor dat je voor een Nederlands tv-programma wordt uitgenodigd, in welk programma zou je dan het liefst verschijnen en wat is dan je ‘gedroomde’ kwaliteit of het onderwerp waarop je uitgenodigd bent?’
Jos: Ik zou dan het liefst verschijnen in het programma Podium Klassiek op de vroege zondagavond. En nu we toch in dromenland zijn: daar zou ik dan verschijnen in het programmaonderdeel ‘Jonge helden’, als meisje van een jaar of negen, barstend van het talent. En dan zou ik iedereen betoveren met mijn spel op de cello.

Gérant: Welke, niet alledaagse, vraag wil je aan de volgende hotelgast stellen?
Jos: Stel, je doet mee aan een loterij en wint de hoofdprijs. De prijs houdt in dat jij je leven mag overdoen, maar deze keer in de navolgende setting:
– in een tijdperk naar keuze ergens in het verleden, ergens in de toekomst of in het heden;
– in een land of werelddeel naar keuze;
– in een genderidentiteit naar keuze.
Hoe zou dat er dan uitzien voor jou?

Gérant: Dank je wel Jos!

Jos Perry: uitgecheckt maandag 7 augustus ’23, 17:42u.


Gast 7: ingecheckt zondag 26 maart ’23, 16:00u:

Irène Bovy

Irène voegde zich bij de andere gasten aan de incheckbalie; veel gezelligheid in de lobby van het Hotel. De gérant voorzag Irène van een invulmail met alle vragen die een inkijkje in de ziel beogen te verschaffen.
De welkomstattentie van de gérant komt op een later moment.

Gérant: Hoe heet je en wie ben je?
Irène: Voluit heet ik Irène Josephine Louise Johanna Bovy. Evenals bij anderen en naar goed katholiek gebruik van vroeger werden mijn twee oudere broers vernoemd naar opa’s en oma’s van Bovy en Grégoire. Vervolgens ging het destijds daarna op rij: oudste ooms en tantes werden peetooms en peettantes en aangezien ik nog een oudere zus heb, kreeg ik tante Fien van de Grégoirekes als peettante en noonk Louis van de Bovykes als peetoom. Maar tante Fien kon om mij onbekende reden niet bij de doop aanwezig zijn, dus kreeg ik er nog een leen-peettante bij: tante Jo…..
De naam Irène (met accent grave) is uitzonderlijk origineel in ons gezin en ook op school, tijdens de studie en in werkkringen kostte het wel altijd wat moeite om niet ‘gewoon’ voor een Irene versleten te worden.
Ik ben de vierde uit een gezin van zes kinderen en tot mijn zevende woonden we in Wolder, een dorp en tevens woonwijk van Maastricht met een lange geschiedenis die teruggaat tot de Romeinse tijd, vlakbij de Belgische grens. Het was een nog ouderwetse wereld, waar paard/pony en wagen nog aan de deur kwamen met losse melk, groente en fruit en poetsartikelen, een soort SRV-wagentjes avant la lettre. En er werd nog gestookt op steenkolen, die één keer per jaar in grote voorraad aan huis afgeleverd werden. Mijn kleuterschool lag op steenworp afstand van ons huis en werd gerund door kloosterzusters: lieve zoals zuster Lutgard en gemene zoals zuster Henriëtte, die me met haar nagels stevig grijpend in mijn arm terugduwde in de rij, als ik me kennelijk- maar me daar niet van bewust- niet precies in een rechte rij bevond. Ik weet nog dat mijn kapstokje daar nummer 4 had en dat ik daar mijn mooie nieuwe lichtblauwe slofjes, voor over de schoenen, op moest hangen aan het einde van de dag. Ik herinner me ook het kleien vanuit een vierkant blok klei en dat deze, nadat je er iets moois van gevormd had, evenzogoed weer in een vierkant met kuiltje met water weer teruggezet werd in een bewaarsituatie. Ook herinner ik me dat de nonnen bepaalde kleurencombinaties vonden ‘vloeken’, bijvoorbeeld blauw en groen, paars en rood, oranje en bruin of roze. Ikzelf heb in elk geval blauw-groen altijd heel mooi gevonden en mijn moeder eens een overgooier gevraagd te maken met steeds een helft blauw en de andere helft groen.
Ons zakgeld – 5 cent – besteedden we net over de grens in Vroenhoven omdat je daar voor een franc (ruilkoers) veel meer waar voor je geld kreeg. Bijvoorbeeld twee Belga kauwgoms; zwart/grijs was mijn favoriet.

Op mijn zevende verhuisden we naar Belfort, een Maastrichtste nieuwbouwwijk en een waar paradijs voor kinderen van onze leeftijd. Het wemelde van de kinderen in de buurt; samen ontdekten we de buurt, de ‘bergen’, grond die alvast klaar lag voor een nieuwe wijk die pas vele jaren later achter die van ons gebouwd werd, de korenvelden waar we zowel detective-je in speelden en waar ook de eerste kusjes uitgedeeld werden. Dat had ik in Wolder overigens ook al met mijn overbuurjongetje op mijn vierde of vijfde gedaan waarbij we beloofd hadden met elkaar te zullen trouwen…
Alhoewel in deze wijk de Oude Wereld in de vorm van ook Romeinse sporen nog letterlijk voor het oprapen lagen; ik heb wel eens een stenen bijltje uit de Oudheid achter onze tuin in een gangetje gevonden, brak daar voor mij de Nieuwe moderne tijd aan.
Wie ik ben ligt wel besloten in de mogelijkheden van de lagere schooltijd daar; een nieuwe school met allemaal verse en jonge leerkrachten, die er projectonderwijs gaven; aardrijkskunde, biologie en geschiedenis geïntegreerd in het vak ‘Wereldoriëntatie’, waarvoor we in het documentatiecentrum mooie werkstukken maakten, meededen aan wedstrijden van het tijdschrift ‘Kijk’. We hadden een typemachine achterin de klas staan waarop we onze schoolkrant in de vijfde en zesde klas typten en ik was op democratische wijze gekozen als vertegenwoordiger in de klassenraad… Vanaf de vierde zaten we ook niet meer in rijen maar in niveaugroepjes van een stuk of zes leerlingen per groep in de klas.
De middelbare school – het Stedelijk Lyceum – was dan eigenlijk weer een flinke domper op de feestvreugde; minder gemotiveerd of een beetje gedesoriënteerd bleef ik daarom ‘plakken’ in de tweede klas, om toch wel de ambitie van Atheneum (A met pretpakket) waar te maken.
Lang verhaal korter; na twee jaar sociale geografie even de draad kwijt wat ik nou wilde of waar ik goed in was, wel veel plezier in het studentenleven en met mijn destijds grote liefde in de studentenflats van Diemen geleefd en daarna nog eens 18 jaar op de Celebesstraat in Amsterdam-oost.
Omdat mijn lief geen kinderen wilde, koos ik voor de opleiding HBO-J en dat was een schot in de roos; veel creatieve keuzevakken, vriendschap vanaf dag één met José en ook mijn Franse vriendin Cathy ken ik al vanaf eind 1978. Ook een van mijn beste vrienden Win, die ik nog kende van de middelbare school, die ik weer tegenkwam in Amsterdam-oost en met wie ik in 1996 op fietsvakantie naar Denemarken ging, zie ik nog steeds met enige regelmaat. Wij deelden lief en leed als een van ons beiden weer een romance of break up had en hadden de grootste lol om situaties waarin we al dan niet samen verzeild raakten.

Gérant: Wat is je passie en wat vertelt die passie over jou?
Irène: Mijn passie is er niet één en ook vaak wisselend door de jaren heen; dat is altijd zo geweest. Zat mijn oudere zus op ballet, dan wilde ik dat ook, vooral voor het mooie pakje, zat mijn vriendinnetje op paardrijden (pony’s), dan wilde ik dat ook, maar had nooit die grote passie die anderen voor iets hadden en had daarom ook wel moeite met de keuze voor het vervolg: beroepskeuzes en banen. Achteraf analyserend kun je zeggen, dat ik het heel leuk vind om nieuwe dingen te ontdekken, te onderzoeken, op te zetten of zelf te verzinnen en daar kan ik dan wel een tijd lang heel gepassioneerd mee bezig zijn. Steeds weer iets nieuws om in te duiken en te ontwikkelen en als het eenmaal op rolletjes loopt, verliest het een beetje mijn interesse of passie. Daarom is het maken van websites wel een ideale baan voor mij; steeds weer nieuwe klanten met hele uiteenlopende aard van bedrijven en samen onderzoeken hoe je dat het beste en mooiste of leukste kunt vormgeven. Met Ludo’s website zijn er sowieso altijd weer nieuwe invalshoeken mogelijk 😉

Gérant: Welke droom zou je nog graag realiseren?
Irène: Ik heb altijd wel gedroomd van reizen met een camper door Australië en sowieso veel mooie reizen maken zou dan het eerste zijn wat ik nog zou willen doen, alhoewel ik inmiddels ook wel bewust ben van onze verantwoordelijkheid voor een meer rechtvaardige verdeling op deze aarde en ik vind dat de vroegere dromen over een betere wereld de laatste tijd wel erg veel op nachtmerries beginnen te lijken. Ik hoop dus wel dat mijn droom over een betere wereld voor mijn kinderen en natuurlijk voor alle mensen toch nog gerealiseerd kan worden in een nieuw revolutionair tijdperk.

Gérant: Wat bedoel je daarmee: ‘een nieuw revolutionair tijdperk?’ Hoe ziet dat er uit?
Irène: Zoals de industriële revolutie grote veranderingen heeft gebracht en de maatschappij drastisch veranderd heeft, zal het informatietijdperk met alle nieuwe technische mogelijkheden de wereld ook drastisch gaan veranderen. Dat zou het mogelijk moeten kunnen maken om een wereld van overvloed te creeëren zoals ik in 2013 zag in een Tegenlichtdocumentaire ‘Overvloed’. Ik hoop dat die ras-optimist gelijk krijgt maar zelf ben ik door de ontwikkelingen in de laatste 5 jaar helaas minder optimistisch geworden en ben ik bang dat we door machtspolitiek alleen nog maar op grotere rampen afkoersen.

Gérant: Wat vertrouw je de aanwezigen in het Hotel – de gérant en de eerdere gasten – ’s avonds bij de open haard toe?
Irène: Waar ik dat inderdaad ’s avonds bij een open haard in een onderonsje wel zou kunnen doen, zal ik dat niet zo snel op internet zetten; ik houd graag controle over wat ik met wie deel. Zeker als het gaat om ‘iets toevertrouwen’. Maar om toch een beetje aan je nieuwsgierigheid tegemoet te komen, zal dat waarschijnlijk gaan om wat hilarische situaties die ik met daten heb meegemaakt.  Ik ben namelijk naast twee relaties van elk 10 jaar en een relatie van 2,5 jaar daar ergens tussenin inmiddels meer jaren single dan met een leuke man.

Gérant: Waar ken je Hoteleigenaar Ludo van?
Irène: Tja… tromgeroffel… het is mijn neef! HOERA 🙂 en ik herken ook wel enige familietrekjes, ook al zijn ze soms net weer anders tot uiting gekomen.
Ludo kwam vroeger elke woensdag op zijn fiets vanuit de binnenstad van Maastricht naar Wolder om met mijn twee broers te spelen met speelgoed uit die tijd: Schuco, Carrera, Lego, Meccano, walkie talkies en dergelijke. Ik herinner me daar niet zo heel veel meer van want we schelen toch wel 7,5 jaar, maar sinds de neven-/nichten reünie is ons contact geïntensiveerd en zeker door de website die Ludo mij vroeg voor hem te maken.

Gérant: Welke vijf sleutelwoorden zijn volgens jou kenmerkend voor Ludo?
Irène: Gedreven, uitbundig, leermeester, overweldigend schrijver (in aantal) maar ook to-the-point (per artikel).
Dat Ludo sportief is, staat natuurlijk buiten kijf en zou misschien op nummer één moeten staan maar dat is niet hoe ik hem ken; als wij elkaar ontmoeten zijn we vooral heel veel aan de praat.
Dat zijn ook wel Grégoire-familietrekjes, die bij mij ook weleens mezelf in de weg staan; bijvoorbeeld door enthousiasme of volledig te willen zijn, voor anderen te veel aan te bieden.

Gérant: Welke zin uit ‘Hotel California’ past het beste bij jou en wat zegt die zin over jou?
Irène: Voor mij is dat eigenlijk de zin uit ‘Take it easy’: don’t let the sound of your own wheels drive you crazy. Op zich zegt die zin niet veel over mij want ik geloof niet dat ik veel last heb van ‘sound of my own wheels’ in het dagelijkse leven maar ik vind die zin gewoon heel erg mooi poëtisch en stel me daar dan zo’n stoere motorrijder bij voor en ik vind het ook wijze raad.

Gérant: Maar dat is geen zin uit ‘Hotel California’, toch? Dus…?
Irène: Ik heb me nooit zo verdiept in de teksten van het nummer ‘Hotel California’ en daarom gekozen voor een zin uit ‘Take it Easy’, waar ik die binding wel mee had. Maar als je er op staat en ik moet er een kiezen dan zou ik nu gaan voor: ‘He said: ‘We haven’t had that spirit here since 1969’, omdat die bij mij een andere karaktertrek naar boven haalt: willen uitzoeken wat er dan in 1969 waar op gedoeld wordt… Tijdens de jaren zeventig waren de leden van The Eagles bekend als duivelaanbidders. Als je de vinyl albumcover opent, zie je Antwon Levay op een balkon staan en daar kijkt hij over de band heen. Dit was na zijn dood. Hij is in 1969 overleden vandaar ‘We haven’t had that spirit here since 1969’. De satanskerk van Antwon Levay stond in de woestijn en heette CALIFORNIA HOTEL. Het grootste deel van de tekst gaat dus over de duivel en de hel.

Gérant: Wat doet dat: wel kunnen uitchecken maar niet kunnen vertrekken?
Irène: Ik weet niet zo goed wat ik daarvan moet denken; is dat creepy, als prisoner? Of is het vriendelijk bedoeld als in ‘je kunt gaan en staan waar je wil maar je bent altijd welkom om hier weer terug te keren en eenmaal met elkaar verbonden, blijft aan elkaar verbonden, op een fijne manier?’
Ik hoop natuurlijk het laatste. Maar eenmaal op internet gezet, is het wel iets wat je zou kunnen blijven achtervolgen… Zo heb ik eens meegemaakt bij een sollicitatiegesprek dat men refereerde aan iets dat ik voor een schoolreünie voor mijn klasgenoten had geschreven… dus het blijft in mijn ogen ook wel een privacy-issue wat je wel en niet deelt op internet; ook al ‘heb je niets te verbergen.’

Gérant: De vorige gast – Bert Cleij – legde jou het navolgende voor: ‘Irène, op basis van enig zicht op de ontwikkeling van jouw loopbaan, mogelijk toch een alledaagse vraag: zijn sociale media voor jou een zegen of een vloek?’

Irène: Dat vind ik een goede, alhoewel ik de vraag van Willem over toeval in je leven ook een hele leuke vind. Ik vind serendipiteit namelijk een interessant thema en heb bijvoorbeeld ook het lezenswaardige managementboek van Jaap PetersRob Wetzels ‘Niets nieuws onder de zon en andere toevalligheden – Strategie uit chaos’ als heel inspirerend ervaren.
Maar Bert verdient zeker ook antwoord op zijn persoonlijke vraag aan mij. Ik weet nog goed dat ik aanvankelijk niks of niet zo veel met computers had, tot ergens rond 2005 toen in het kader van een ‘PC-privéproject’ iemand uit Friesland de bibliotheekmedewerkers van Zoetermeer waar ik destijds werkzaam was kwam vertellen over de ontwikkelingen en mogelijkheden van internet. Dat daardoor mensen over de hele wereld die bijvoorbeeld eenzelfde hobby hadden, met elkaar konden communiceren en bijvoorbeeld. vervolgens stekkjes van planten konden uitwisselen met iemand in Japan of konden communiceren met kinderen in het buitenland. ’s Nachts in mijn droom was ik letterlijk aan het surfen, zo’n grote indruk had dat verhaal op mij gemaakt.
Als ‘consulent nieuwe media’ op de educatieve dienst van de Provinciale Bibliotheek Centrale van eerst Zuid-Holland en na fusie van Noord- en Zuid-Holland, heb ik steeds allerlei vormen van social media getest, omdat ik wilde weten hoe het werkte en hoe ik de verschillende doelgroepen van de PBC’s zo goed mogelijk kon adviseren over de mogelijkheden van dergelijke nieuwe vormen van informatievoorziening of ontspanning of gebruik ervan in het onderwijs. Zo heb ik genoten en was het spannend op ICQ (I seek you), DDS (de digitale stad waar je kon kiezen waar je woonde, in welk type huis, ik een huisje in Maastricht had en waar je kon chatten als je ‘thuis’ was en dus je lampjes branden of kon PM-en als je niet thuis was en ik een ware internetliefde ervoer, compleet met onverwachte teleurstelling bij ontmoeting zoals ook door Francisco Jole in zijn boek ‘de internetsensatie’, die ik in herdruk van 2003 las en waar hartstochtelijk beschreven werd: ‘We spreken af in Parijs, en wel recht onder de Eiffeltoren, maandagavond om 19.00 uur.’ De verhouding is zo speciaal dat het wel gerechtvaardigd is om een soort middelpunt van het universum op te zoeken. Hier het hele verhaal. En in principe ben ik er steeds heel erg enthousiast over tot het moment dat ‘de commercie’ de boel overneemt en de pret bederft omdat zij de oorspronkelijke vorm dermate aantasten, dat er niet veel meer overblijft van het oorspronkelijke zeer mooie doel en tevens ook de hoop en mogelijkheden voor eerlijkere verdeling van kennis en macht helemaal de kop indrukt. Aan de ene kant dus een zegen, totdat we alleen nog maar gespamd worden of sterker nog, oplichters hun slag slaan en misbruik maken van het vertrouwen van mensen.

Gérant: Welke, niet alledaagse, vraag wil je aan de volgende hotelgast stellen?
Irène: Ik heb lang geleden wel eens gedroomd dat ik door Aad van den Heuvel geïnterviewd werd bij Brandpunt maar heb geen idee meer waarover ik dan iets ‘interessants’ te vertellen had…..daarom aan de volgende gast de vraag: ‘Stel je voor dat je voor een Nederlands tv-programma wordt uitgenodigd; in welk programma zou je dan het liefst verschijnen en wat is dan je ‘gedroomde’ kwaliteit of het onderwerp waarop je uitgenodigd bent?

Gérant: Elke gast – dus ook Irène – mag maximaal drie media (foto, video, audio, tekst) en drie hyperlinks achterlaten in het Hotel. De antwoorden op de vragen en de achtergelaten media krijgen verblijf in Hotel California.
Irène: Hoezo maximaal? Ik zou eerder zeggen minimaal… ik heb bij de top-2000 ook nooit genoeg aan de 30 die je kunt insturen 😉
Ik heb daarom stiekem al bij vorige vragen wat ingevoegd; telt niet mee toch?
En het verandert ook steeds al naargelang het onderwerp waar we het over hebben, waarom denk je dat het zo lang geduurd heeft voordat ik eindelijk ingecheckt heb?
Dus de 3-plus hyperlinks heb ik al verspreid in de tekst vergeven;

Dan kies ik verder als foto’s:

In de achtertuin in Wolder zie je op de 2e foto de fiets van Ludo staan.

Ik als tiener -middelbare scholier. De moedervlek op mijn rechterwang (ook wel pukkel genoemd) en destijds ook wel heb ik ergens rond 2000 laten verwijderen; hij begon groter en storend opvallender te worden…

Hoe ik dit logo zelf m.b.v. serendipiteit ontworpen  heb, kun je lezen in de laatste allinea op https://www.whizz-u.com/me/.

Irène Bovy: uitgecheckt zaterdag 8 juli ’23, 18:47u.


Gast 6: ingecheckt vrijdag 24 maart ’23, 10:49u:

Bert Cleij

Bert reageerde met: ‘Een bijzondere uitnodiging. Primaire reactie is om direct te positief te reageren met respons op de gestelde vragen. Maar dat zal wat tijd vergen.‘ De gérant kon Bert gelukkig geruststellen op dit punt: ‘Er is totaal geen haast. Rust is een van de basisingrediënten van Hotel California. Er kunnen meerdere gasten tegelijk in verschillende fasen van incheck en verblijf zijn. Take your time.’
De incheckfoto is voorlopig; in onderling overleg gekozen uit de verzameling portretfoto’s van het Cleij-familieweekend van september ‘’21. De definitieve – gezamenlijke – foto wordt gemaakt tijdens een volgend rendez-vous. Dan ontvangt Bert ook. de welkomstattentie van de gérant.

Gérant: Hoe heet je en wie ben je?
Bert: Ik heet Bert Cleij. Bert is de roepnaam, afgeleid van Lambertus, vernoemd naar mijn opa, Lambertus Erenstein. Cleij is mijn achternaam, waarvan er weinigen zijn in Nederland.
Geboren in Deventer, via ‘s-Hertogenbosch en Vught woon ik sinds 1972 in Nijmegen, een fijne stad omsloten door een geweldige omgeving.
Sinds 1974 heb ik een relatie met Ans, met wie ik sinds 1975 samenwoon en in 1987 ben getrouwd. Samen hebben we twee zonen: Jorrit en Guus, twee schoondochters: Sophie en Sanne en 3 kleinkinderen, Lev, Maes en Teddie.
Van 1979 tot 2020 ben ik werkzaam geweest in het onderwijs, van algemeen vormend en beroepsoriënterend tot bewegingsonderwijs in de functies van docent, teamleider en teammanager. Hier kijk ik met veel plezier en voldoening op terug. Inmiddels ben ik alweer ruim twee jaar met pensioen. Was even wennen, maar past me nu goed.

Gérant: Wat is je passie en wat vertelt die passie over jou?
Bert: Ik voel me sterk aangetrokken tot de natuur en daarbij sport ik graag. Buiten werken, wandelen in bos, heide, uiterwaarden en tuin geeft me positieve energie. Wandelen doe ik graag met Ans en onze hond Senna. Het samen onderweg zijn met de camper brengt ook geluk. Daarnaast sport ik graag, bijna dagelijks, gevarieerd en bij voorkeur buiten.

Gérant: Welke droom zou je nog graag realiseren?
Bert: Een fietstocht naar Berlijn maken, naar Rome of Glasgow , samen met Ans of alleen. En/of verhuizen naar een huisje met een lap grond aan de Waal in de buurt van Nijmegen, samen met Ans.

Gérant: Waar ken je Hoteleigenaar Ludo van?
Bert: Ludo ontmoette ik in 1975 voor het eerst, als vriend van Pia, mijn zus. Sinds die tijd, nu bijna 50 jaar, onderhouden we contact in woord en activiteit (skiënd, wandelend en fietsend).

Gérant: Welke vijf sleutelwoorden zijn volgens jou kenmerkend voor Ludo?
Bert: Zelfbewust, communicatief, initiatiefrijk, inspirerend, aanwezig.

Gérant: Wat vertrouw je de aanwezigen in het Hotel – de gérant en de eerdere gasten – ’s avonds bij de open haard toe?
Bert: Als we in het hotel samen zijn, zou ik van de genoemde sleutelwoorden, die volgens de aanwezigen kenmerkend zijn voor Ludo, enkele willen (laten) toelichten.

Gérant: Welke zin uit ‘Hotel California’ past het beste bij jou en wat zegt die zin over jou?
Bert: Melodie komt bij mij eerder binnen dan tekst. Dat is bij Hotel California ook het geval met het prachtige gitaarspel van Joe Walsh en Glen Frey, waar de gezamenlijke solo van een kleine halve minuut eruit springt.

Gérant: Wat doet dat: wel kunnen uitchecken maar niet kunnen vertrekken?
Bert: Fysiek kan iemand verdwijnen, maar herinneringen aan die persoon blijven.

Gérant: De laatst uitgecheckte gast – Harrie Sterke – stelde jou de vraag: ‘Heb je iets in je leven gedaan waar je trots op bent en waarover je bij de open haard mag opscheppen?’
Bert: Het opzetten, inbedden en uitbouwen van de beroepsopleiding Sport&Bewegen, SportopMaat voor alle opleidingen en de Gezonde School bij het ROC Nijmegen.
In mei 2003 werd ik aangenomen, zonder team en zonder accommodatie. In september gestart met 50 deelnemers/studenten, vol ambitie en met vele tegenslagen. Docenten die zich terugtrokken, diefstal, mijn dreigende afvloeiing vanwege reorganisatie op ROC Nijmegen. Maar na twee jaar stond er al een aardige opleiding, die gestalte kreeg na een zeer geslaagd introductiekamp, waar ik nu nog gelukzalig op terugkijk. Dat gevoel en resultaat was de basis van een opleiding die zich succesvol is blijven ontwikkelen, qua grootte (gemiddeld 400 studenten per jaar) en onderwijskwaliteit.

Gérant: Welke, niet alledaagse, vraag wil je aan de volgende hotelgast (Irène Bovy) stellen?
Bert: Irène, op basis van enig zicht op de ontwikkeling van jouw loopbaan, mogelijk toch een alledaagse vraag: zijn sociale media voor jou een zegen of een vloek?

Gérant: Elke gast – dus ook jij – mag maximaal drie media (foto, video, audio, tekst) en drie hyperlinks achterlaten in het Hotel. De antwoorden op de vragen en de achtergelaten media krijgen verblijf in Hotel California.

Bert: Het zijn 4 hyperlinks geworden:
• vanuit de sport: ‘En hij staat’;
• vanuit de muziek:Laatste live (rooftop)concert van The Beatles;
• vanuit humor: Koot en De Bie, eind jaren ‘70, voorloper van de Tegenpartij;
• vanuit de natuur: ‘My octopus Teacher’ fascinerend, ontroerend en confronterend.

Bert: En bij dezen 3 foto’s:

Nijmegen, Juli 2016, teamuitje Wylerbergmeer, van en op mijn werk genoten van de collegiale en professionele werksfeer.

 

Gijón, augustus 2023, met Ans heb ik sinds 1974 een relatie. Ze is mijn partner, liefde en (sport- en fiets)maatje.

 

Nijmegen, april 2023. Samen met kleinzonen Lev, Maes en hond Senna gefotografeerd door Ans.

Bert Cleij: uitgecheckt dinsdag 6 juni ’23, 22:40u.


Gast 5: ingecheckt donderdag 23 maart ’23, 12:26u:

Harrie Sterke

Harrie las de folder van het Hotel en was meteen heel enthousiast: ‘Ja hoor, ik doe mee. Leuk idee!’
De incheckfoto is in onderling overleg gekozen: gezamenlijk op de Mont Ventoux. De welkomstattentie houdt Harrie van de gérant tegoed. Tijdens een volgend rendez-vous.

Gérant: Hoe heet je en wie ben je?
Harrie: Mijn vader was de oudste zoon van een gezin met 10 kinderen. Ze woonden in Hapert in de Kempen. Zijn vader was hoofdmeester Harrie Sterke. De oudste zoon was voorbestemd voor het priesterambt. In de eerste maanden op het groot-seminarie kreeg hij de gedachten aan mijn moeder maar niet uit zijn hoofd. Zij was de jongste en mooiste dochter van een ondernemende boer uit hetzelfde dorp. Enfin, ze trouwden in 1950 en in 1951 werd ik geboren. Ze noemden me Harrie, Henricus Arnoldus. Naar mijn beide opa’s, Harrie en Nol. Na mij kwamen nog twee zussen en een broer.
Mijn vader werkte als onderwijzer met akte wis- en natuurkunde op de ambachtsschool in Eindhoven. Mijn moeder was in de avonduren docente naaldvakken. We woonden in een fijne wijk aan de rand van Eindhoven. In mijn jeugdjaren logeerde ik graag op de diverse boerderijen van mijn ooms en tantes. Ik hield erg van dat boerenleven, de ruimte, de vrijheid, de beesten. De eerste 12 jaren van mijn jeugd speelde het katholieke geloof een grote rol. We gingen naar de kerk, ik was misdienaar en zong in het kerkkoor. Vanaf mijn pubertijd werd zeker bij mij maar ook bij mijn ouders het geloof minder dogmatisch. Uiteindelijk heb ik mij uit het kerkregister laten schrijven. Ik ben vanaf toen mijn hele leven allergisch gebleven voor elke vorm van doctrine en wars van groepsdruk. Na de middelbare school en academie voor lichamelijke opvoeding in Den Haag heb ik daarom geweigerd om in militaire dienst te gaan. Het bleek een behalve een principiële ook voor mijn maatschappelijke carrière een gouden keuze. Ik kwam voor de vervangende dienst te werken als gymleraar in een psychiatrische inrichting. Voelde me daar erg thuis en heb er 25 jaar gewerkt. De dochter van mijn baas werd de liefde van mijn leven. Marjan. We kregen twee kinderen, een jongen en een meisje, Wilko en Janne. Ons motto was met het gezin een eigen cultuur te ontwikkelen en dat elk van de vier zich daarin optimaal zou kunnen ontwikkelen. Het was een heerlijke tijd om de kinderen te zien opgroeien en om samen een gezin te zijn. Na 25 jaar psychiatrie werd het tijd voor een carrièreswitch. Ik was inmiddels 50 jaar. De laatste 12,5 jaar van mijn werkzame leven heb ik leiding gegeven aan een huisartsenorganisatie.
Toen de kinderen de deur uit waren kochten we een appartement aan zee. Eenmaal met pensioen kwam er een huisje in Normandië bij.

Gérant: Wat is je passie en wat vertelt die passie over jou?
Harrie: In het algemeen word ik gedreven om het mezelf naar de zin te maken en ben het meest gelukkig als de mensen in mijn omgeving dat ook zijn. Ik heb meerdere passies die daarmee te maken hebben: koken, ons leven in Normandië, muziek maken.
Koken: ik ben gediplomeerd kok. Koksdiploma gehaald na het stoppen met werken. Mijn hele leven kook ik al. Aan tafel ontmoeten mensen elkaar. Aan tafel wordt gelachen en gehuild. Gediscussieerd en gezongen. Het is zonde om al die activiteiten niet te laten samengaan met lekker eten. De keuken is voor mij de belangrijkste plek in huis. Marjan en ik houden ervan om mensen te ontvangen en een goede maaltijd voor te zetten. Het ontspant me, leidt me af en het geeft me weer energie.
Ons leven in Normandië: we zijn erin geslaagd om op een mooi plekje een huisje te verbouwen. Het is heerlijk om er te klussen en te tuinieren en mensen te ontvangen. De kinderen, kleinkinderen, familie, vrienden. Iedereen is welkom. Ook is het gelukt om te integreren in de kleine buurtgemeenschap. Ik voel me daar weer een beetje boer.
Muziek maken: ik speel piano en gitaar. Met de kinderen en Marjan hebben we altijd gezongen en muziek gemaakt. Op feesten en partijen stonden we er. Onze zoon is zelfs muzikant en componist geworden. In Nederland speel ik in een popbandje met oud-collega’s en vrienden. In Frankrijk in een Louisiana Cajun Song groepje. Repeteren is altijd veel leuker dan optreden.

Gérant: Welke droom zou je nog graag realiseren?
Harrie: Vroeger droomde ik van een klein boerderij-achtig huisje op het platteland. Een restaurant. Ooit heb ik echt nog eens bij een bank gezeten om te kijken of ik geld kon lenen voor de aanschaf van een strandtent. Het was toen financieel niet verstandig. Dat zou wel the place to be geworden zijn. Trainer van het Nederlands voetbalelftal leek me ook wel wat. Of de Tour de France winnen. Ik heb nu geen wensdromen meer anders dan dat ik verlang dat ik zo lang mogelijk kan behouden wat ik heb en volhouden wat ik kan.

Gérant: Wat vertrouw je de aanwezigen in het Hotel – de gérant en de eerdere gasten – ’s avonds bij de open haard toe?
Harrie: Dat ik een oude sentimentele man ben. Die om het minste of geringste de tranen in de ogen heeft. Ik zou vertellen wat me allemaal raakt. Bijvoorbeeld de intensiteit van een goed verhaal of de pure emotie van schoonheid, geluk en vrolijkheid. Bijvoorbeeld dat het me ontroert als jonge mensen en oudere mensen samen iets moois presteren waarbij de jeugd waardeert wat de ouderen hebben bereikt en de ouderen nieuwsgierig zijn wat de jeugd toevoegt. Ik geef verderop twee links naar YouTube. Het zijn concerten waarbij oude meesters zijn uitgenodigd door jonge talenten. Ze spelen samen onder leiding van de jongeren. Iedereen geeft zich meer dan optimaal. Tranen!

Gérant: Waar ken je Hoteleigenaar Ludo van?
Harrie: Toen ik directeur was van de huisartsenpost hoorde ik regelmatig de naam Ludo vallen. Hij was een aantal jaren ervoor directeur geweest van de Districts Huisartsen Vereniging Holland Noord. Een van mijn voorgangers dus. We hebben een gezamenlijke vriend en die vriend organiseerde een meerdaagse fietstocht naar Normandië. Ludo en ik waren van de partij. Daarna hebben we dat jaarlijks herhaald. De foto van mij op de Mont Ventoux heeft Ludo gemaakt op onze tocht van Besançon naar Arles.

Gérant: Welke vijf sleutelwoorden zijn volgens jou kenmerkend voor Ludo?
Harrie: Eerlijk. Gedreven. Nieuwsgierig, IJdel. Secuur.

Gérant: Welke zin uit Hotel California past het beste bij jou en wat zegt die zin over jou?
Harrie: Then she lit up the candle and she showed me the way. Daaraan vooraf gaat de zin: This could be heaven or this could be hell.
Een van mijn motto’s in het leven is ‘avontuur bestaat nog’. Kom maar op, ik volg die vrouw wel

Gérant: Wat doet dat: wel kunnen uitchecken maar niet kunnen vertrekken?
Harrie: Ja… dan zit je er je hele leven aan vast. Normaal gesproken gaan mijn nekharen daarvan overeind staan. Dit gaat over iets te hebben meegemaakt waar je je hele leven niet meer vanaf komt. De kick van samen iets voor elkaar krijgen. De smaak van goede wijn. De lust van seks. De roes van winnen. De geur van versgebakken brood. Heaven or hell.

Gérant: De vorige gast stelde jou de navolgende niet alledaagse vraag: ‘Als je terugblikt op je leven tot nu toe, wat is dan de invloed van het toeval geweest op keuzes, beslissingen, partners, studie en carrière? Heb je het toeval kunnen en willen sturen of beïnvloeden?’ Wat is daarop je antwoord?
Harrie: Mooie vraag. Wat is toeval? Iets wat niet was gepland of voorzien? Bij de momenten in mijn leven waarin ik belangrijke beslissingen nam speelde toeval een rol. Maar ik stond wel open voor een verandering. Ik weigerde dienst en er werd me van alles aangeboden als vervangende dienst. Ik koos voor psychomotorische therapie en bleek een schot in de roos. Toeval? 25 jaar later wilde ik een carrièreswitch, oriënteerde me her en der, maar dat mijn buurman, die huisarts is, op mijn vraag: ‘Wat is toch een huisartsenpost en waar zijn jullie mee bezig?’ zei: ‘Ik zorg dat je wordt gebeld voor een sollicitatiegesprek’ is zeker toeval. Ik merk bij mezelf dat ik het toeval toelaat in mijn beslissingen en daar gaat aan vooraf dat ik iets wil veranderen.

Gérant: Welke, niet alledaagse, vraag wil je aan de volgende hotelgast stellen?
Harrie: Bij de open haard zijn al voldoende tranen gevloeid. Ik ga ervan uit dat we allemaal in dezelfde leeftijdscategorie zitten en dat we er allemaal tegenaan lopen dat het in de wereld niet loopt zoals we het graag zouden willen. Daarom de vraag: Heb je iets in je leven gedaan waar je trots op bent en waarover je bij de open haard mag opscheppen?

Gérant: Elke gast – dus ook jij – mag maximaal drie media (foto, video, audio, tekst) en drie hyperlinks achterlaten in het Hotel. De antwoorden op de vragen en de achtergelaten media krijgen verblijf in Hotel California.
Harrie: Om te janken zo mooi! Drie links naar YouTube:
– Maarten van Roozendaal wordt begeleid door een band onder leiding van onze zoon Wilko. Maarten is zijn oom. Ze speelden voor het eerst samen. Het was in het Amsterdamse bos en wij waren erbij: https://youtu.be/OnSPm_6Evn0.
– Dit stuk is uit de honderdste uitzending van podium Witteman. Fuse, de huisband daar, mocht hun helden uitnodigen. Wij waren erbij. De celliste is onze schoondochter. Na één korte repetitie ’s middags presteerden Didier Lockwood en Fuse (vooral Julia) dit: https://youtu.be/fUKcmfPQLZY.
– Randy Newman is een van mijn helden. Hij schreef en zingt dit ongelooflijk mooi liefdesliedje: https://youtu.be/SJ-zxxnTTkQ.

Passie: koken.

Passie: muziek maken.

Passie: wonen in Normandië.

Harrie Sterke: uitgecheckt zondag 23 april ’23, 09:16u.


Gast 4: ingecheckt maandag 20 maart ’23, 15:50u:

Marjan van Noorden

Marjan las de folder van het Hotel en besloot – na enige aarzeling omdat ze de uitnodiging eervol maar ook spannend vindt – om als vierde genode gast in te checken. Als welkomstattentie koos Marjan voor El Árbol, een witte Chardonnay. De incheckfoto is gemaakt tijdens Marjan’s bezoek in Leiden.
Sinds Marjan’s incheck klinkt er af en toe een prachtig liedje uit de luidsprekers in de lobby.


Gast 3: ingecheckt zondag 5 maart ’23, 13:55u: 

Willem Mensink

Willem las de folder van het Hotel en besloot – na de nodige energie verzameld te hebben – om als derde genode gast in te checken.
De Hoteleigenaar heeft en marge van Intervisie ’88 op 27 juli ’23 aan Willem een fles wijn – uit de selectie van Antoine – overhandigd.

Gérant: Hoe heet je en wie ben je?
Willem: Ik ben Wilhelm Frederik Adriaan Mensink, geboren op 13 maart 1946 in Leeuwarden. Ik ben vernoemd naar mijn opa, die ik maar een keer heb ontmoet, toen ik 5 jaar was. Een jaar later overleed hij.
Leeuwarden was in de jaren vijftig, begin zestig een ingeslapen provinciestad die drie keer ontdooide, namelijk bij de Elfstedentochten van ‘54, ‘56 en ‘63. Die laatste tocht – gewonnen door Reinier Paping – vierde onlangs zijn 60steverjaardag, met veel media-aandacht en sterke verhalen.
Ik kom uit een Rooms Katholiek nest, was misdienaar en koorknaap met als hoogtepunt het meezingen van de Matthäus-Passion in het jongenskoor in Leeuwarden en Bolsward. Sinds mijn pensioen zing ik weer in een kerkkoor.
De gezinsvakanties werden altijd aan zee gevierd, we gingen vaak naar Ameland en Terschelling, af en toe naar Bergen en Noordwijk.

Gérant: Wat is je passie en wat vertelt die passie over jou?
Willem: Allereerst sport, actief en passief. Ik speelde voetbal op Frisia, een van de oudste clubs in Nederland, ook wel ‘kakschoen’ genoemd, omdat de club ook een cricketafdeling had. Ik tenniste niet onverdienstelijk en was op mijn 16de kampioen van Leeuwarden.
Twee zomers trok ik langs jeugdtoernooien in het land en merkte dat elders veel betere jeugdtennissers waren. Ik was dan altijd ingekwartierd bij gastgezinnen, veelal met een leeftijdgenoot; daar heb ik goede herinneringen aan. Omdat ik al snel uit het toernooi lag, had ik veel tijd om Noordwijk, Groningen en Zeist te ontdekken.
Op de HBS zat ik in het volleybal- en het basketbalteam, ik speelde tenniscompetitie en voetbalde een keer per week.
Ik volgde alles wat met sport te maken had, eerst op radio, vooral de Tour de France en later op teevee. Die hadden we al in 1957 en mijn vriendjes kwamen altijd kijken als er sport was op de teevee, soms voetbal en in 1960 veel uitzendingen van de Olympische Spelen in Rome.
Later werd reizen mijn passie. Toen ik 12 jaar was ben ik met drie vrienden langs jeugdherbergen gaan fietsen, het hele land door. Hoogtepunten: de Cauberg op in Limburg en de Afsluitdijk met windkracht 5 uit het noorden, gefietst op een degelijke Fongers fiets met terugtraprem en geen versnellingen.
In mijn studententijd – met toen nog eindeloze vakanties – liftte ik met mijn beste vriend door Europa. In 1965 waren we op weg naar Beirut maar strandden in Istanbul met langdurige darmongemakken.
Na mijn kandidaatsexamen Geneeskunde in 1968 ging ik drie maanden naar Canada en de USA. Ik gaf gehoor aan de lokroep van Scott McKenzie om naar San Francisco te gaan with some flowers in my hair. Ik ging per boot – de SS Rotterdam van de Holland-Amerika Lijn –  naar New York. Aan boord zo’n honderd Amerikaanse meisjes die ‘Europa gedaan hadden’. Elke avond feest.
Ik liftte in de VS alleen met een Nederlands vlaggetje en had gedenkwaardige ontmoetingen en hoefde zelden een jeugdherberg of hotel te zoeken. In mijn rugzak het boek van Jack Kerouac: On The Road.

Gérant: Welke droom zou je nog graag realiseren?
Willem: Vroeger droomde ik ervan alle zeven moderne wereldwonderen te bezoeken. Momenteel ontbreken aan de verwezenlijking daarvan nog: Petra (Jordanië), de Taj Mahal (Agra in India) en de Chinese muur. Het is niet anders, ik heb in mijn leven al genoeg CO2 uitgestoten en voel toenemend ongemak bij verre reizen.

Gérant: Het is avond, we zitten hier – met een glas goede wijn – bij de open haard. Wat zou je mij willen toevertrouwen?
Willem: Bij de open haard zal het gaan over banale zaken als werk, kinderen en ongemakken. Na een aantal alcoholische versnaperingen komen dan boeken, films en muziek aan de orde.
Ik ben sinds 1961 een behoorlijke fan van Bob Dylan, heb al zijn platen en CD’s. Ik ben vier keer naar concerten geweest, waaronder Dylan’s eerste concert in het Feyenoordstadion in Rotterdam. Ik liftte in de VS 300 km extra om naar zijn geboorteplaats Hibbing te gaan. Dat ligt bij Duluth in Minnesota. In New York, in The Greenwich Village, dronk ik Budweiser in The Gaslight Inn, de kroeg waar hij als teenager een talentenjacht won.

Gérant: Waar ken je Hoteleigenaar Ludo van?
Willem: In 1988 nam ik deel aan de KNMG-kadercursus voor medische bestuurders. Onze groep bestond uit medici van diverse pluimage en Ludo nam deel vanuit zijn functie van LHV-districtsdirecteur. Ik interviewde Ludo en presenteerde hem nadien aan de groep.
Het grootste deel van onze cursusgroep besloot om na de vier cursusweekenden elkaar jaarlijks te blijven ontmoeten en om de intervisietraining voort te zetten met ingehuurde coaches. Geleidelijk werden we meer een vriendengroep die zonder buitenstaanders intervisie gaven en ontvingen. We zijn nu allen ruim gepensioneerd en nog met zes mannen over. In de loop der jaren is focus van de intervisie verschoven van het professionele functioneren naar de persoonlijke ontwikkeling. We ervaren die ‘terugkomdagen’ als erg waardevol.

Gérant: Welke sleutelwoorden zijn volgens jou kenmerkend voor Ludo?
Willem: Aangenaam gezelschap, energiek, origineel, vasthoudend, ondernemend, taalvaardig.

Gérant: Welke zin uit ‘Hotel California’ past het beste bij jou en wat zegt die zin over jou?
Willem: De eerste, bijna net zo goed als de eerste zin van Bob Dylan in: You got a lot of nerve to say you are my friend uit: Positively 4th Street, in het album Highway 61 Revisited uit 1965.
Wat die zin over mij zegt? Bij voordrachten en lezingen is de eerste zin cruciaal om aandacht te krijgen en vast te houden. Daar heb ik in mijn professionele leven veel aandacht aan besteed.

Gérant: Wat doet dat: wel kunnen uitchecken maar niet kunnen vertrekken?
Willem: Hierbij heb ik geen visionaire gedachten, de andere gasten die virtueel in het Hotel verblijven geven mij vertrouwen dat het prettige personen zijn met wie het aangenaam zal zijn om te blijven vertoeven. Ik ben daarbij niet bang voor jaren zestig groepsverbanden in een wolk van genotsmiddellen en vage praterij. Het Hotel heeft ook geen eigentijdse knarrenhofmentaliteit. Verder laat ik me verrassen.

Gérant: De vorige gast, Marianne, stelt jou de volgende intieme vraag: ‘Waar word jij echt door geraakt?’
Willem: Met het naderen van de onvermijdelijke groeve, word ik steeds sentimenteler. Filmpjes van kleinkinderen, een wereldrecord van een sporter, een mooi einde van een boek of van een film doen zo maar tranen opwellen.

Gérant: Welke – niet alledaagse – vraag wil jij aan de volgende Hotelgast stellen?
Willem: ‘Als je terugblikt op je leven tot nu toe, wat is dan de invloed van het toeval geweest op keuzes, beslissingen, partners, studie en carrière? Heb je het toeval kunnen en willen sturen of beïnvloeden?’

Willem mocht maximaal drie beelden/foto’s achterlaten in het Hotel en maximaal drie hyperlinks.

Foto’s:

Colosseum Rome.

Bezoek filmset The Good, the Bad and the Ugly, Spanje 2022.

Berlijn, vóór Die Wende (1986).

Hyperlinks
Een café als iconisch kunstwerk: The Beanery van Edward Kienholz (Stedelijk Museum Amsterdam).
https://www.youtube.com/watch?v=BUmPUpsVGws.

Positively 4th street  Van Bob Dylan. Album: Highway 61 Revisited (1965).
https://www.youtube.com/watch?v=aehwEu8SBSo.

The Good, the Bad and the Ugly. Scene Sad Hill Cemetery.
https://www.youtube.com/watch?v=QpVaoA8RfIk.

Gérant: Dank… je bent uitgecheckt… tot vanavond.
Want: je checkt uit, maar kunt niet vertrekken. Daarom kun je wel blijven sleutelen aan je zielenroerselen.

Willem Mensink: uitgecheckt woensdag 15 maart ’23, 16:58u.


Gast 2: ingecheckt vrijdag 4 november  ’22, 21:06u: 

Marianne Kleijnen

Marianne las de folder van het Hotel.
Zij besloot om als tweede genode gast in te checken.
De gérant heeft haar verwelkomd met een fles Riesling van de Apostelhoeve (Maastricht).

Marianne: Zeer vereerd om als tweede officiële gast te mogen logeren in dit bijzondere hotel! Dank voor de uitnodiging.

Gérant: Hoe heet je?
Marianne: Ik ben Marianne Kleijnen; mijn volledige namen zijn Anna Maria Hubertina Josephina Catharina.
Gérant: Waarom zoveel namen? Wat betekenen ze voor jou?Marianne: Katholieke traditie. Mijn ouders hechtten daar zeer aan. Ik kreeg de namen Anna en Hubertina van mijn peetouders, Maria en Josephina vanwege de ‘voorliefde’ van mijn ouders voor hen. Catharina vanwege mijn geboortedag, dit was haar naamdag.

Gérant: OK. Maar wie ben je?
Marianne
: Ik ben geboren op 25 november 1953 als oudste in een echt katholiek gezin met drie meisjes. Mijn ouders waren al 40+ toen zij elkaar ontmoetten. Mijn moeder zei altijd dat ‘ze de ware Jacob pas laat was tegen gekomen…’. Wij werden liefdevol en behoorlijk beschermd opgevoed. Afkomstig uit Zuid-Limburg, opgegroeid in Eygelshoven een echt mijnwerkersdorp in die tijd met twee particuliere mijnen, de Laura en de Julia. Iedereen werkte voor of bij de mijn. Daar kwam ik er al snel achter dat niet iedereen gelijk was en dezelfde kansen had in de – toen nog kleine – wereld. Een simpel voorbeeld: toegang tot de tennisclub hadden alleen de kinderen van de mijnbeambten, anderen werden geweigerd. Dat betekende voor mij dat ik daar – als dochter van een beambte – dan niet naar toe wilde. Ik heb dus nooit leren tennissen. Op de lagere school werden de kinderen na de 4e klas gesorteerd naar Huishoudschool of OVS voor de jongens. De kinderen van notabelen en beambten konden door naar de MMS, de HBS of het gymnasium.
Gérant: OVS? Waar staat dat voor?
Marianne: Ondergrondse Vakschool, dat was de school ter voorbereiding op ondergronds werken in de mijn); daarbij speelde afkomst een grote rol. Kinderen van mijnwerkers kwamen daar vanzelfsprekend terecht. Vanwege deze gang van zaken begon al voorzichtig mijn ongenoegen; ik probeerde mij tegen dit onrecht te verzetten. Op het gymnasium groeide dit gevoel en dit leidde voor mij tot de studiekeuze Sociologie, toen echt een ‘protestachtige studie’. Ik startte in 1972 in Utrecht en koos als specialisatie “Bouwen en Wonen”. Dit was concreet en praktisch en hiermee dacht ik voor de langere termijn iets te kunnen toevoegen aan de maatschappij. Na een leuke studietijd in een geweldige stad studeerde ik af in 1978. Mijn eerste baan was in de Rotterdamse stadsvernieuwing. Hop met de neus in de boter! Daar was werk aan de winkel: bewoners kwamen in opstand en eisten betere huisvesting. Ik werd vanuit de gemeentelijke dienst Volkshuisvesting (ja dat woord betekende toe nog heel wat!) aan een van de oude wijken gekoppeld. Als intermediair tussen de wijk met haar strijdbare bewoners en de gemeente werd ik geacht plannen te bedenken en tot uitvoering te brengen. Dat betekende onderhandelen, beoordelen, financiering verzorgen en bouwen. Deelnemen aan veel verhitte discussies in de avonduren. Met elkaar trots zijn op wat je bereikte: eerste palen, hoogste punten, sleuteluitreikingen. Wat heb ik daar veel geleerd vooral van de mensen die vanuit hun hart streden voor huisvesting en gerechtigheid. Er werd geknokt om elk kwartje huurverhoging.
Later werkte ik bij een grote woningcorporatie en een projectontwikkelaar in het Rotterdamse, altijd op het gebied van gebiedsontwikkeling met als doel het verbeteren van de wooncondities van mensen. Sinds het begin van deze eeuw ben ik gaan ‘timmeren’ aan de stad waar ik al sinds 1972 woon. Bij de SSH ben ik concepten gaan ontwikkelen welke hebben geleid tot de realisatie van kleine en grote gebieden met woongebouwen voor studenten.
Inmiddels ben ik twee jaar met pensioen. Ik vind het heerlijk: alle tijd voor mezelf, samen met Marcel, mijn vriendje sinds heeeeeel lang en al 44 jaar mijn man, voor mijn kinderen Tanneke en Koen met hun partners en voor mijn vier prachtige kleinzonen, twaalf, negen, vijf en twee jaar oud. Lekker veel sporten, lezen en socializen.

Gérant: Wat is je passie en wat vertelt die passie over jou?
Marianne: Mijn passie is reizen. Het ontdekken van nieuwe plekken past ook echt bij mijn sterrenbeeld Boogschutter. Reizen in letterlijke zin door de verre of nabije wereld met de camper sinds dit jaar of per fiets of wandelend; bij elk vervoermiddel hoort een eigen tempo en gedachtegang. Maar ook reizen door middel van lezen. Reizen in boeken, fictie of non-fictie. Reizen met de atlas op de knieën. Reizen door te lezen over wijn (ook een hobby van me: wijn proeven en wijn drinken). En vooral over dat reizen in al zijn facetten praten met vrienden maar ook, als dat zo uitkomt, met vreemden die wellicht vrienden kunnen worden. En graag vertel ik dan over dat reizen aan mijn kleinzonen, aan ieder op zijn eigen niveau. Soms blijft er iets hangen, dat vind ik mooi!
Gérant: Dus je gelooft in zoiets als de invloed van de stand van de sterren op wie je bent? Hoe dan?
Marianne: Nou niet echt hoor. Het is meer dat het gegeven van reislustig zijn als eerste opkomt bij het bekijken van mijn horoscoop en mij dat wel aanspreekt; een ‘tussen-de-oren dingetje’ zeg maar.

Gérant: Het is avond, we zitten hier – met een glas goede wijn – bij de open haard. Wat zou je mij willen toevertrouwen?
Marianne: Bij de open haard zou ik het over mijn zorgen kunnen hebben. Zorgen om de wereld van nu. Wat kunnen we zelf doen om dingen beter te kunnen maken of te laten verlopen? Maar ook waar zijn de lichtpuntjes? Uiteindelijk zijn die het belangrijkst! Zo kijk ik ook het liefst naar heden, verleden en toekomst. Mijn motto is: always look at the bright side of life!

Gérant: Waar ken je Hoteleigenaar Ludo van?
Marianne: Ik ken de Hoteleigenaar via mijn lief. Zij ontmoetten elkaar in 1971 op de Sportacademie in Tilburg. Bij verschillende feestjes praatten en dansten we; we hadden een klik! En die is er nog…

Gérant: Welke sleutelwoorden zijn volgens jou kenmerkend voor Ludo?
Marianne: Veelzijdig, ambitieus, sportief, vasthoudend, globetrotter.

Gérant: Welke zin uit ‘Hotel California’ past het beste bij jou?
Marianne: De zin die mij aanspreekt, omdat die melancholisch is, maar door het dansen toch ook weer licht: Some dance to remember, Some dance to forget…

Gérant: Wat doet dat: wel kunnen uitchecken maar niet kunnen vertrekken?
Marianne: Dat ik mooie herinneringen kan koesteren aan het verblijf en iets van mezelf daar voor eeuwig achterlaat. Misschien kan een ander er nog wat mee.

Gérant: Welke – niet alledaagse – vraag wil je aan de volgende hotelgast stellen?
Marianne: ‘Waar word jij echt door geraakt?’

Marianne mocht maximaal drie beelden/foto’s achterlaten in het Hotel en maximaal drie hyperlinks.
Ze koos voor een relatie met reizen en vooral samen herinneringen opbouwen.

Foto’s:

Cenotte in Mexico

Zoutvlakte Uyuni in Bolivia

Hyperlinks:
www.singerlaren.nl
www.duic.nl

Gérant: Dank… je bent uitgecheckt… tot vanavond.
Want: je checkt uit, maar kunt niet vertrekken. Daarom kun je wel blijven sleutelen aan je zielenroerselen.

Marianne Kleijnen: uitgecheckt zaterdag 21 januari ‘23, 9:37u.

Maar omdat ze niet vertrokken was, kon ze de twee later gestelde vragen over Hoteleigenaar Ludo (zie hierboven) gemakkelijk beantwoorden, op donderdag 16 maart ’23.
Ze vond zelf: ‘Nu heb ik ‘m verdiend:


Gast 1: ingecheckt woensdag 3 augustus ’22, 16:00u: 

Charles Blok

Charles las de bovenstaande folder van het Hotel.
Hij besloot om als eerste genode gast in te checken.
De gérant heeft hem verwelkomd met drie biertjes naar keuze uit de BierBar.

Charles: Allereerst heel hartelijk dank voor de uitnodiging om te verblijven in Hotel California, ook nog eens als eerste gast!

Gérant: Hoe heet je?
Charles: Mijn naam is Charles Nicolaas Gerardus Maria Blok.
Gérant: Waarom zoveel namen? Wat betekenen ze voor jou?
Charles: Die namen zijn overblijfselen van een katholieke achtergrond. Charles (roepnaam), Nicolaas (Nico), de naam van de vader van mijn moeder. Gerardus (Gerard), de naam van de vader van mijn vader. Maria is naar goed katholiek gebruik mijn beschermheilige.
Ik heb de vader van mijn vader eigenlijk niet gekend, ik was te jong, hij is vrij vroeg overleden. Ik heb sowieso weinig binding met de familie van vaders kant. Nicolaas, de naam van mijn moeders vader, doet me veel meer. Dat was echt mijn opa, daar was ik heel close mee, die mis ik nog bijna dagelijks. Maria, ach leuk om te hebben als beschermheilige. Maar als atheïst doet me dat eigenlijk niets.

Gérant: OK. Maar wie ben je?
Charles: Om deze vraag goed te kunnen beantwoorden moet ik daar natuurlijk goed over nadenken…!
Ik ben geboren op 26 mei 1964, geboren in Waarland (gemeente Harenkarspel) in West-Friesland.
Samenwonend met mijn partner Angelique van der Kroft en onze vier Britse kortharen, in de Leidse binnenstad.
Gezelligheid is voor mij heel erg belangrijk! Samen met vrienden, bekenden, anderen of alleen leuke dingen doen: sporten, koken, eten, lezen, reizen, knutselen, musea bezoeken, muziek luisteren… en nog veel meer, verveling bestaat niet.

Gérant: Wat is je passie en wat vertelt die passie over jou?
Charles: Verzamelen!
Hier komen veel van mijn favoriete bezigheden bij elkaar… reizen, mensen ontmoeten… veel kennissen/vrienden ben ik op deze manier tegengekomen.
Verzamelen, in mijn geval modelautootjes (Lesney/Matchbox) zit waarschijnlijk in het bloed; het is denk ik genetisch bepaald…
Of het een ontaarding is of the next step in evolution doet er, denk ik, niet toe. Het zoeken, het jagen, de spanning, de euforie bij het vinden van een schat… het veilig thuis brengen van de buit.
Ook leuk om te doen is het bedenken en vervolgens maken van constructies, tiny house-achtige dingen… Werken met hout….

Gérant: Het is avond, we zitten hier – met een glas goede wijn – bij de open haard. Wat zou je mij willen toevertrouwen?
Charles: We kunnen spreken over vakanties, relaties, reizen, actualiteit… Het zou overal over kunnen gaan. Smeuïge details van belevenissen, stilstaan bij het feit dat we het eigenlijk heel goed hebben.
Gérant: Ja? En?
Charles: Ik zou je toevertrouwen hoe tevreden ik ben met mijn leventje, met de mensen om me heen. Dat ik plannen heb om ergens een tiny house te bouwen om te verblijven als toevluchtsoord.
Gérant: Toevluchtsoord?
Charles: Toevluchtsoord zou beter buitenhuisje kunnen heten, of bruggehoofd in de natuur… een plek om alleen of samen met anderen te verblijven. Niet veel anderen, want het is een TINY house.

Gérant: Welke zin uit ‘Hotel California’ past daar het beste bij?Charles: Up ahead in the distance I saw a shimmering light….
Want dat houdt voor mij de belofte in van wat er gaat komen… spanning, voorpret… iets om naar uit te kijken, om naar toe te leven… het onderweg zijn… bezig zijn… LEVEN!

Gérant: Waar ken je Hoteleigenaar Ludo van?
Charles: Ik ken Ludo omdat we in dezelfde voormalige Huishoudschool wonen in de Leidse binnenstad. Zo kom je elkaar regelmatig tegen.

Gérant: Welke sleutelwoorden zijn volgens jou kenmerkend voor Ludo?
Charles: Geïnteresseerd, gedisciplineerd, veelzijdig, levensgenieter, welbespraakt.

Gérant: Wat doet dat: wel kunnen uitchecken maar niet kunnen vertrekken?
Charles: Dat is zeker heel intrigerend! Voor mij is het synoniem aan het hebben en het meenemen van herinneringen. Je bent al lang weg… maar toch ook weer niet.

Gérant: Welke – niet alledaagse – vraag wil je aan de volgende hotelgast stellen?
Charles: Om een niet alledaagse vraag aan de volgende hotelgast te kunnen stellen, zou ik eigenlijk moeten weten wie die volgende hotelgast is… Omdat deze gast mij niet bekend is zou ik die vraag later kunnen formuleren, of…. nu een wat algemenere vraag kunnen stellen zoals: ‘Waarom check je in in Hotel California?’
Gérant: Veel woorden om geen antwoord te hoeven of willen geven?
Charles: Nee, zeker niet! Ik vind het oprecht moeilijk om een zinvolle vraag te stellen aan iemand die ik niet ken!
Wanneer ik me in iemand interesseer komen de vragen vanzelf… zullen ze meer diepgang hebben.

Charles mocht maximaal drie beelden/foto’s achterlaten in het Hotel en maximaal drie hyperlinks.
Bij dezen. 

Foto’s:

Hyperlinks:
www.louwmanmuseum.nl.
www.boijmans.nl.

Gérant: Dank… je bent uitgecheckt… tot vanavond.
Want: je checkt uit, maar kunt niet vertrekken. Daarom kun je wel blijven sleutelen aan je zielenroerselen.

Charles Blok: uitgecheckt maandag 24 oktober ’22, 9:48u.