Monumentje voor mijn ouders

Deze foto is mij al zo’n vijftig jaar heel dierbaar. Bij mijn vader voor op de fiets.
Mijn moeder is ook aanwezig op de foto. Niet zichtbaar. En ook niet om de camerasluiter te bedienen. Daar heb ik wel over gespeculeerd maar dat is onwaarschijnlijk; ik kom erop terug.

Nee, mijn moeder is op dit moment de zondagmiddagmaaltijd aan het bereiden. Want zo was de rolverdeling: na de kerkgang op de zondagochtend ging papa lekker fietsen – in dit en vele andere gevallen met mij – en mama zorgde voor de heerlijke geuren die we roken als we thuiskwamen. Aardappels – mijn lievelingseten, toen en nog steeds – groenten en een (klein) stukje vlees. Rollade of rosbief of een hele kip voor zeven personen. Vooral de sauzen over de aardappels herinner ik mij.
Ik hielp bijzonder graag mee in mama’s keuken, snijden, schillen, schoonmaken. Op woensdag maakte mama verse friet. We hadden een broodsnij-apparaat uit de boedel van de opgeheven jeugdherberg Hoogcrutz waar papa penningmeester was. Dat apparaat bleek uitstekend geschikt om eerst aardappelplakken te maken en daarna –
avant la lettre – Vlaamse friet.

Ik heb geen beelden van mijn moeder op de fiets. Ze zal er vast een gehad hebben, maar niet in mijn herinnering. Mijn moeder was van ‘thuis’: schoon, gezellig, rust, regelmaat, geborgenheid, aanraking, spelletjes, schoenen poetsen voor het hele gezin op de zaterdagavond. Samen met mij. En daarna een dubbele patience met radio op de achtergrond. En dan naar bed. Dierbaar.

Terug naar de foto. Ik heb aan het voorstoeltje een actieve herinnering: een door de verdroging enigszins gecraqueleerd bruinig leren zittinkje, de stang in mijn rug, de verstelbare voetsteuntjes.
‘Voor op de fiets’ was heerlijk. Je zag alles, de wind waaide in je gezicht, praten met en luisteren naar papa op aanraakafstand, wijzen met die kleine wijsvinger naar wat ik zag. Samen babbelen. Onderweg.
De fiets van papa had een Torpedonaaf. Hans Aarsman leerde ons in de Volkskrant kijken naar wat er op foto’s te zien is. Je ziet onder mijn rechter bovenbeen de hendel van de twee versnellingen op de middenbuis zitten.
De rest herinner ik mij fotografisch. Zelfs het lettertype van ‘Torpedo’. Een staaldraad naar de zadelbuis, daar overgaand in een aluminiumschakelstukje van zo’n 4 cm over een katrolrolletje en dan naar de achteras met een staaldraad, daar overgaand in schakels de achteras in.
Die fiets is altijd ‘papa’s fiets’ gebleven. De RIH-fiets die hij zich medio jaren zestig permitteerde – zowaar met een 5-versnellingen Sturmey Archer – is voor mij nooit papa’s fiets geworden. Mijn broer Dolf heeft die fiets uit de erfenis gekregen. Gegund. Nooit benijd.

Een knappe man. In pak, altijd in pak.

Ik voel(de) een grote behoefte om dit ‘Monument voor mijn ouders’ op te richten. Dat heeft vooral te maken met het feit dat ze – beiden – veel te vroeg uit het leven zijn weggerukt.
Mijn vader leefde ongezond. Teveel eten bij te weinig beweging en een rookverslaving, gecombineerd met een genetisch slechte uitgangspositie: circulatieproblemen. De eerste echte ‘waarschuwing’ kwam zo omstreeks 1966 denk ik: een hartinfarct. Papa mocht toen een klein jaar niet werken en was thuis. Ik herinner mij die tijd als bijzonder plezierig. Hij richtte een knutselzolder in op een van de kleinste onder-het-dak-ruimtes op de tweede verdieping. Daar hing hij zijn gereedschap op en daar had hij een commode als werkbank. In die tijd trok ik – in mijn herinnering – veel met hem op. Ook al heb ik geen idee wat hij überhaupt knutselde. Het kan goed zijn dat het bleef bij het inrichten van die man’s cave, avant la lettre.
Na voldoende gezond verklaard te zijn, ging hij weer aan het werk bij IJzergieterij Fonderie Millen, waarover later meer. Maar… nog steeds: teveel eten bij te weinig beweging en een rookverslaving. De dagelijkse bloedverdunners werkten fataal uit toen hij op 12 juni 1969 een hersenbloeding kreeg. Geen stolling, de hersenbloeding wilde niet stoppen. Mijn zus Marjo alarmeerde mij, ik fietste de benen uit mijn lijf naar het Annadalziekenhuis, ik zag en hoorde – toegelaten tot de kamer waar voor zijn leven gestreden werd –  zijn doodsstrijd. Door een verpleegkundige werd ik weggeleid naar de gang. Een kwartier later kwam ze terug: ‘Je vader is dood.’ V
ier dagen voordat we zijn 45ste verjaardag zouden hebben gevierd.

Mijn moeder was ontroostbaar en aanvankelijk – heel kort overigens – ‘de weg kwijt’. Maar daarover later meer.

Eerst iets anders. Bij mijn overwegingen over typeringen in dit ‘Monument voor mijn ouders’ schoten mij de woorden ‘onopgemerkt’, ‘onopvallend’ en ‘onopgevallen’ door het het hoofd. Daar klopt allemaal iets van. Het woord ‘vergeten’ is voor mij in elk geval niet van toepassing. Er gaan weinig dagen voorbij waarop ik niet aan een van mijn ouders of aan beiden denk. Ofschoon ze beiden veel te vroeg gestorven zijn, hebben ze een grote en in de kern positieve invloed op mijn ontwikkeling gehad. Ik ben ze daarvoor dankbaar, iedere keer weer. Vandaar een belangrijk motief voor het oprichten van dit ‘Monument’.

Dolf Grégoire en Barbara Gehem waren onopvallende ouders. Ze waren degelijk, goed Rooms-Katholiek en daarbij beiden overtuigd lid van de ‘derde orde’, de lekenorde van de Franciscanen (OFM = Ordo Fratrum Minorum).
Het waren beslist geen hemelbestormers, ze waren gematigd, conservatief, traditioneel. Ze hebben – behalve hun gezin – geen ‘nalatenschap’ in de zin van externe bekendheid om het een of ander.

Papa eerste hobby was klassieke muziek. Hij had in de loop der jaren een voor die tijd – en het ‘gezinsbudget’ in aanmerking genomen – grote verzameling van langspeelplaten en singles met klassieke muziek. En mijn vader las veel over componisten en over musici, met name zangers en dan in het bijzonder tenoren zoals Tito Schipa en Enrico Caruso. De laatste was zijn idool. Hij kende alle stukken die Enrico Caruso zong uit zijn hoofd. En… papa kon zelf ook prachtig zingen, tenor.
Mama niet, ze zong altijd vals. Maar ze zong heel graag. Mijn vader vond ma’s gezang een kwelling voor zijn oren. Liefhebbend zei hij vaak:
Zing mèr neet, aanders weurt de mèlluk zoer.’ (Zing maar niet want dan wordt de melk zuur).
Er bestaat waarschijnlijk nog een geluidsband met de prachtige stem van mijn vader erop. Pa en ma gingen begin jaren zestig heel trouw naar Italiaanse les, waarschijnlijk ook een keuze die samenhing met pa’s liefde voor Italiaanse opera’s en operettes. Ik herinner me dat papa op de betreffende geluidsband Italiaanse teksten ten beste geeft en afsluit met een lied van… Caruso.
De taperecorder en de betreffende tape zijn – voor zover ik mij herinner – in de afwikkeling van de nalatenschap van mijn moeder bij Dolf terecht gekomen. Ik weet niet of hij van het behoud van de stem van pa op de hoogte is.

Ik weet zeker dat het altijd papa’s droom geweest is om piano te kunnen spelen. Maar er was geen geld voor een piano. Hij koos voor de blokfluit, zowel sopraan als alt. Prachtig, thuis muziek maken, horen. In mijn jongere zus Rolande vond hij een ‘muziekmaatje’.
In mij ook, ook al kwam dat niet heel erg tot uiting. Ik had aanleg voor muziekmaken; ik leerde mijzelf heel verdienstelijk mondharmonica spelen en daarna heb ik veel akoestische gitaar gespeeld, vooral akkoordenschema’s waarmee ik mijn zang begeleidde. Maar… toen was papa al dood.

Als substituut voor een piano speelde mijn vader melodica, een blaasinstrument met pianotoetsen. Ik vond dat maar niks…

Mijn vaders voorliefde voor Enrico Caruso heeft nog steeds emotionele invloed op mij. Wanneer ik een Caruso-uitvoering hoor van Una Fortiva Lagrima, dan biggelen de tranen over mijn wangen. Dan mis ik mijn vader, dan ben ik intens verdrietig over het feit dat hij maar zo kort mocht leven.

De tweede hobby van mijn vader was de fotografie. In mijn enorm grote foto-albumkast staan acht albums die hij gemaakt heeft; ik beheer ze voor de familie. Ze bestrijken de periode 1947 tot zijn dood in 1969.
De foto’s die ik in dit ‘Monumentje’ opneem, zijn replica’s uit die albums.

Ik wil het type fotografie dat hij bedreef ‘episodisch’ noemen; aanvankelijk legde hij in enkele foto’s – bij de toenemende welvaart werden dat er meer – gebeurtenissen in het dagelijkse leven vast. Een wandeling naar ama en ampa, de wekelijkse wasbeurt in de gootsteen of de teil, een verjaardagsfeest thuis, een spelletje, de kerststal. En uiteraard uitstapjes, later vakanties, huwelijksfeesten, dooprituelen. Altijd met passende, korte bijschriften.

Ik heb dat type episodische fotografie vanaf 1973, toen ik mijn eerste camera (een Olympus Trip 35) kocht, voortgezet tot en met vandaag. En ik ervaar zonder meer een grote inspiratie in de hobby van mijn vader.
Van alles is vastgelegd in foto’s en met bijschriften verwerkt in meer dan negentig XL-formaat foto-albums. En bij al dat werk dacht en denk ik vaak aan mijn vader. Hij zou blij zijn met hoe ik die albums maak, dat weet ik heel zeker.

Er valt nog veel meer over pa te vertellen. Steekwoorden: zwemwedstrijden, opvoedend slaan (stukken Grégoire-Trijbels) Bouworde, verhuizen, CV, verkennerij, gronsvelder kleumpke, gras zaaien in de achtertuin, herfstbladeren verzamelen, leren lezen, wettelijk niet meer hoofd van het gezin, nooit een onvertogen woord jegens ma, zorgzaam bij/na de miskraam in 1964, hij bemoeide zich niet erg met mij, stimuleerde bijverdienbaantje, om een mooie racefiets (een rode Union Ancona Sprint) te kopen, sporten, prutsen aan brommers. Daarover later.

Pa: klein seminarie Venray en Katwijk.   Tante Annie : onvoldoende roeping. Veldeke ? Platenkastje. Studeren? Drukkerij Leiter-Nypels. Sfinx? Fonderie Millen. Brief aan woning toewijzende instantie. Hartproblemen ma.

Mama: oorlogsdagboek. Bij mijn zus Marjo. Het Beest is dood. Intelligente vrouw. Bertie. Nooit stemverheffing. Bezig. Was. Souterrain. Ketel. Gasmunt. Sokken stoppen. Breimachine. Naaimachine. Trui voor mij. Donkergroen met een wit kabelpatroon. Lievelingstrui. Tuinieren. Tijdje volkstuin. Braakliggend landje naast ons huis.

Ontroostbaar na de dood van mijn vader. Wandelen ‘s avonds. ‘Hoe moet het nu verder? Met de kleintjes? Polis. Oom Theo.

Werk in uitvoering.

– in ontwikkeling; laatste bewerking: 12 september 2022.

Contact